• Johannes De Breuker

In ‘Parade’ hangt Jacques Tati opnieuw de clown uit

Jacques Tati keert in zijn laatste film, Parade, terug naar zijn eerste liefde: het circus. Naast een fikse dosis stunt-en-vliegwerk levert dat vooral een unieke inkijk op in de komische trukendoos van de Franse komiek.


Tati heeft in 'Parade' niet veel nodig om grappig te zijn
Tati heeft in 'Parade' niet veel nodig om grappig te zijn

Jacques Tati (1907-1982) is een veel grotere komiek dan Charlie Chaplin. Dat mag je gerust letterlijk nemen. Als voormalige rugbyspeler torende de Fransman achter klassiekers als Les vacances de Mr. Hulot, Oscarwinnaar Mon oncle en Playtime immers centimeters boven de zwarte bolhoed van zijn sjofele Britse tegenhanger Charlot uit.


Dat zijn grootte niet altijd een voordeel was, besefte Tati zelf ook. Zo zei hij in de jaren 1950 dat iedereen popelt om Chaplins Charlot voor een diner uit te nodigen om van zijn grappen te kunnen genieten. ‘Als iemand zijn vrouw echter zou vertellen dat Hulot op bezoek komt, dan gooit zij uit ontzetting haar handen in de lucht en drukt ze je op het hart om de deur absoluut niet te openen als de bel gaat.’


Waarom? Omdat Tati’s iconische Hulot-personage zo’n plompe slungel is die met één welgemikte tik op zijn kenmerkende pijp voorover zou tuimelen – en in zijn val waarschijnlijk heel de huisraad mee naar beneden zou sleuren. En ook omdat mr. Hulot eigenlijk niét grappig is. Het is de wereld waardoor hij als een gans zonder kop banjert die hilarisch is. Absurd zelfs. Alsof Jan Modaal zonder medeweten in een circus is beland. 



De wet van Hulot


Dagdagelijkse situaties tot in het belachelijke uitvergroten, is een van de belangrijkste elementen van clowning. En dus ook van Tati’s komische trukendoos – die de voormalige sportman aan het begin van zijn acteercarrière vulde met alles wat hij als music hall- en circusartiest leerde. Zijn kleine oeuvre van slechts zes langspeelfilms – allemaal te bekijken via de Eye Film Player – barst van zulke absurde toestanden waarin alledaagse situaties plots compleet uit de hand lopen. Van hypermoderne toestellen die in Mon oncle plots hun eigen leven beginnen te leiden en complexe verkeersborden die in Trafic brave burgers in de war sturen tot de moderne architectuur in Playtime, waar het esthetische op het praktische primeert. 


Gewone situaties die in beschamende gebeurtenissen uitmonden, noemde Tati zelf ‘hulotismen’.

Zo’n gewone situaties die in beschamende gebeurtenissen uitmonden, noemde Tati zelf ‘hulotismen’. ‘Iedereen heeft zo zijn half uurtje hulotisme per dag’, zei hij ooit. ‘Bijvoorbeeld als je de verkeerde stoel in de trein kiest.’ Noem het een positieve tegenhanger van de wet van Murphy. De wet van Hulot, dus.


Maar toch kende Tati zelf ook een fikse dosis Murphy-miserie. Want hoewel Playtime vandaag door velen als een van de beste Franse komedies ooit beschouwd wordt, faalde deze groots opgezette komedie – de decors waren zo indrukwekkend dat ze de bijnaam Tativille kregen – uit 1967 zo hard dat de komiek daarna bankroet naar Nederland en Zweden trok om zijn films toch gemaakt te krijgen. Daarom werd Parade, zijn laatste film uit 1974, in het Stockholm Cirkus opgenomen. Het werd een nogal droge registratie van een bonte circusavond die Tati aan elkaar praat én tussentijds opleukt met een mime-act.


Jacques Tati als Mr. Hulot, het kleine radertje in een doordraaiend netwerk
Jacques Tati als Mr. Hulot, het kleine radertje in een doordraaiend netwerk

Prikkelende potpourri


Hierdoor is deze komedie enerzijds een buitenbeentje in ‘s mans oeuvre. Buiten Jour de fête is Parade immers de enige Tati-film waarin mr. Hulot niét verschijnt. Ook van een verhaal is er in deze vergeten film geen sprake. Eerder is het een potpourri van circusacts en achter-de-schermen-beelden, afgewisseld met shots van twee kinderen die nu weer enthousiast dan weer verveeld toekijken – of deelnemen, want publiek en performers lopen in Parade constant door elkaar. 


Hoe atypisch deze ode aan de circuskunst ook lijkt, nader bekeken bevat Parade duidelijk de blauwdruk van Tati’s genie.

Maar hoe atypisch Tati’s speelse ode aan de circuskunst ook lijkt, nader bekeken bevat Parade duidelijk de blauwdruk van Tati’s genie. Niet enkel klopt hij het doodgewoon avondje uit op tot een bizarre samenloop van omstandigheden – zelfs in een circus is er in Tati’s wereld nog plaats voor ‘hulotismen’. Ook omdat Tati’s curieuze fysiek én zijn sterk observatievermogen samenkomen in zijn mimespel. De op dat moment 67-jarige komiek geeft enkele prachtperformances van onder andere een wedstrijdpaard, visser, voetballer, verkeersagent en tennisser.



Kijk en leer


In dat mimespel schuilt Tati’s ware kracht. Omdat zijn performances gebotteld zijn uit scherpe observaties, iets wat hij ooit verklapte in het door hemzelf gepende Cours du soir. In deze kortfilm uit 1967 geeft Hulot acteerles. Als hij zijn studenten uitlegt wat de kern van acteren is, zegt hij: ‘Observatie’. ‘Wat betekent dat’, vraagt hij aan een student. ‘Zien… wat er allemaal gebeurt.’ Een andere student zegt dat observatie helpt om de aard van verschillende karakters te ontrafelen. ‘Heel goed,’ antwoordt Hulot. ‘Deze ontdekking stelt ons vervolgens in staat om het gedrag van elk individu op te merken.’


Tati wil aandacht schenken aan het vanzelfsprekende, iets waar een dolgedraaide wereld weinig oog voor heeft. 

Dat Tati’s mimespel geworteld is in zijn observatie van het alledaagse zorgt ervoor dat de Fransman zijn kijkers even stil doet staan bij het banale. Hij wil aandacht schenken aan het vanzelfsprekende, iets waar een dolgedraaide wereld weinig oog voor heeft. Maar in het circus, waar je vaak ogen te kort komt, kan dat wel. Als er dan tussen de jongleurs en acrobaten door Tati kurkdroog zowel een Franse als Zuid-Amerikaanse agent woordeloos speelt dan is dat lachen – zij het een tikje groen. Want welke films had Tati gemaakt als hij wél geld had gehad en zijn komische visie niet moest strippen tot de kern: mime?


Het is een bedenking die al meteen gemaakt werd bij de dood van Tati in 1982. De titel boven zijn in memoriam in Paris, Match luidde toen: ‘Vaarwel, mr. Hulot. We rouwen om zijn dood, maar we hadden hem meer moeten helpen toen hij nog leefde!’ Doe deze grote Fransman dus postuum een plezier en bekijk zijn films (nog) eens. Wedden dat vandaag niemand nog de deur zou toeslaan als Hulot voor de deur zou staan? Er is immers geen beter avondgezelschap als deze Franse alleman die het alledaagse boven de banaliteit doet uitstijgen.



Bekijk ‘Parade’ via de Eye Film Player. Ook Jacques Tati’s andere films kan je op de streamingdienst van het Nederlandse filmmuseum bekijken.



Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.