• Robin Kramer

‘Elvis’ kroont de King tot vleesgeworden hyperbool

Bijgewerkt op: 1 jul.


Elvis Presley is nog altijd springlevend. Dat bewijst Baz Luhrmann in zijn orgastisch extravaganza Elvis, een onconventionele biografie die meer gestoeld is in de Amerikaanse popcultuur dan in de werkelijkheid. Maar door de King schaamteloos tot pin-up superheld te kronen, vangt Luhrmann het bijzondere van de ster nog beter.


Austin Butler als Elvis in 'Elvis'
Met Austin Butler als Elvis laat Baz Luhrmann zien waarom de iconische artiest zo goed was.

Een jaar voor zijn dood pakte Elvis Presley een notitieblok uit zijn suite in het Hilton van Las Vegas, waar hij in moordende frequentie optredens aan elkaar reeg, en schreef: ‘I feel so alone sometimes. The night is quiet to me. I would love to be able to sleep. I’m glad everyone is gone now. I will probably not rest tonight. I have no need for all of this. Help me Lord.’ Het is dan 1976, twintig jaar na het eerste televisieoptreden dat het jochie uit Memphis van de een op de andere dag een rockster avant la lettre maakte.


‘Voor Elvis was er niets,’ zei John Lennon. Zo was het ook, in zekere zin. Dat uitte zich niet alleen in de grootte van zijn succes — meer dan een miljard verkochte platen, de eerste satellietuitzending met anderhalf miljard kijkers wereldwijd — maar ook in de grootte van de eenzaamheid die op dat succes volgde. Het zou de tragische blauwdruk worden van een verhaal dat zich nog vaak zou herhalen.



Pin-up superheld


Maar hoe vertel je dat verhaal op het witte doek? John Carpenter probeerde het in 1979 met Kurt Russell in de rol van de King, in 2005 verscheen een miniseries met Jonathan Rhys Meyers. Beide van het soort waarheidsgetrouwe, procedurele biopics dat onherstelbaar werd geparodieerd in Walk hard: the Dewey Cox story.


De Australische cineast Baz Luhrmann – bekend van uitzinnige films als Moulin Rouge! en The Great Gatsby – heeft dan ook een ander soort film gemaakt. Zijn Elvis-biopic is losjes gestoeld in de werkelijkheid, maar nauw verbonden met de taal van de Amerikaanse popcultuur: de Elvis in deze film is een pin-up superheld, een vleesgeworden hyperbool. Naast zijn bekende moniker de King, werd Elvis door een concertrecensent van The New York Times ‘prince from another planet’ genoemd. Zijn talent, zijn voorkomen — het was buitenaards.


Het is onmogelijk niet opgezweept te raken door het concert in Jacksonville in 1956, of de manier waarop Elvis zijn band instrueert en orkestreert als hij zich begin jaren zeventig voorbereid op de Vegas-shows.

Dat buitenaardse toont Luhrmann in de koortsachtige muziekscènes die de hoogtepunten van de film betekenen. Daarvoor haalt de regisseur alles uit de kast: moderne updates van Elvis-liedjes, duizelingwekkende montages, shots die afwisselen tussen snel en langzaam, hard en zacht — het is allemaal een orgastisch extravaganza. Maar hé: dat was Elvis. Het resultaat is dan ook bijzonder effectief. Het is onmogelijk niet opgezweept te raken door het concert in Jacksonville in 1956, of de manier waarop Elvis zijn band instrueert en orkestreert als hij zich begin jaren zeventig voorbereid op de Vegas-shows.


Beeld uit 'Elvis'
Austin Butler zingt het grootste gedeelte van de film zelf.

Luhrmann laat zien waarom Elvis zo goed was: zijn feilloze gevoel voor ritme, melodie en orkestratie, maar ook het showmanship en de daarbijbehorende afhankelijkheid van een publiek dat hem uiteindelijk de das om doet. De arrangementen van veel dialoogscènes dragen verder bij aan het bombastische van Elvis, en in het verlengde de stijl waar Luhrmann zich meester in heeft gemaakt — een lachspiegelpaleis, een reuzenrad, middenin het Hollywood-teken. Ook verbindt Luhrmann op een bijzondere manier het leven van een land aan het leven van een mens — als het slecht gaat met Elvis gaat het slecht met Amerika en vice versa.



Nietsontziende manager


Colonel Tom Parker (Tom Hanks) is tegelijkertijd framing device en antagonist. De mysterieuze en nietsontziende manager die Elvis vaak opzettelijk klein hield — slechte films voor het gros van de jaren zestig, nooit een tour buiten de States — krijgt veel aandacht. Dat is een keuze die de film uiteindelijk meer pijn dan goed doet, want Tom Parker is niet zo interessant als Elvis, natuurlijk. Maar ook de bijzondere en soms ongezonde relatie die Elvis met zijn moeder had, zijn huwelijksproblemen of de pijnlijke eenzaamheid van zijn sterrendom krijgen daardoor minder aandacht dan ze verdienen. Uiteindelijk waren dat dramatisch gezien interessantere conflicten geweest om een film omheen te bouwen.


Ook is de manier waarop Luhrmann de waarheid bewerkt soms storend – zeker voor Elvis-fans. Zij weten dat de King pas kennis maakte met barbituraten en stimulerende middelen in het leger, er nooit een kerstdecor gebouwd werd voor de ‘68 Comeback Special en Elvis Tom Parker nooit op het podium in Vegas heeft bespot en ontslagen.


Tom Hanks als Colonel Tom Parker in 'Elvis'
Tom Hanks is als Colonel Parker de nietsontziende manager die Elvis vaak opzettelijk klein hield.


Elvis-imitator


Gelukkig is daar de opvallend subtiele performance van Austin Butler, die precies de nuance heeft weten te vinden tussen imitatie en inspiratie. Butler zingt het grootste gedeelte van de film zelf en heeft overduidelijk met toewijding de bewegingen en maniertjes van Presley bestudeerd. Want ook daarin was Elvis buitenaards: de acrobatische, op vechtsport geïnspireerde choreografieën, de pompeuze jumpsuits die hij zelf ontwierp en de manier waarop hij met een licht optillen van een mondhoek of het inhouden van zijn loopje een publiek gek kon maken. Nergens komt Butler in de buurt van persiflage, en toch heb je een film lang het idee dat je naar Elvis zit te kijken. Een Oscarnominatie is onvermijdelijk.


Elvis-acteur Austin Butler heeft precies de nuance weten vinden tussen imitatie en inspiratie.

Als het leven van Elvis in Las Vegas wat eentonig wordt, gebeurt hetzelfde met de film. Dat kun je lezen als een mooi huwelijk tussen vorm en inhoud, maar het verhaal verliest stoom als er tegen het einde nog wat ruimte voor emotionele diepte gemaakt moet worden. Dat is Luhrmann vergeven, want hij heeft met Elvis een fantasmagorische, onconventionele biopic gemaakt die het bijzondere van de King feilloos heeft weten te vangen. You can’t help falling in love.



'Elvis' is sinds 22 juni 2022 in de Belgische zalen te zien. In Nederland staat Baz Luhrmanns film vanaf 23 juni 2022 op het programma.

 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.