• Dagmar Teurelincx

Wie menselijkheid zoekt, laat de stad best links liggen?

Bijgewerkt op: 14 feb.

Hoe verder we van de stad trekken, hoe dichter we bij de kern van de mens komen. Of zo lijkt het toch vaak in cinema. Met het tweede nummer van Humbug in het achterhoofd, waarin de stad centraal staat, vraagt Dagmar Teurelincx zich af: waarom denken we enkel op de minst man made plekken tot onszelf te kunnen komen?


Beeld uit 'Old Joy'
Beeld uit 'Old Joy'

Het lijkt wel alsof de grootstad omgekeerd evenredig is met menselijkheid: hoe verder weg, hoe dichter we komen bij de kern van de mens. Kijk naar Kelly Reichardt, de Amerikaanse indiecineaste die ook steeds de neiging heeft om weg te bewegen uit de stad. Zo trekken in Old Joy (2006) twee oude vrienden aan het begin van de film letterlijk weg uit de stad, met als bestemming de nog ongerepte, wilde natuur.


Het is een soort pelgrimstocht die Reichardt herhaaldelijk aangaat. Haar personages begeven zich ver weg van de stad, of bevinden zich reeds daarbuiten, om tot een soort stilstand in hun bestaan te komen – en vervolgens pas op die afgezonderde locatie inzichten te verwerven. First cow (2019), Reichardts laatste, speelt zich opnieuw in de bossen van Oregon af. Het is een lieflijk drama over vriendschap, maar de facto ook over een vroeg stadium van het kapitalisme en de onderliggende marktwerking. Blijkbaar is het logischer om de macht van winstbejag en vraag en aanbod ver buiten de stad bloot te leggen?


We zien de stad vaak als een weergave van wat verandert, van instabiliteit, en de niet-stad als dat wat steeds zal overblijven.

Dat de stad vaak gezien wordt als iets dat best weggespeeld wordt om dichter bij de essentie van een thema te komen – zelfs als dat thema kapitalisme is – is boeiend. Waarom zouden de minst man made plekken net diegene zijn waar we het dichtst kunnen komen tot de mens? Waarom zouden we daar een soort ‘puurheid’ kunnen bereiken? We zien de stad vaak als een weergave van wat verandert, van instabiliteit, en de niet-stad als dat wat steeds zal overblijven.


Is dat waarom we dat wat in de natuur gebeurt een grotere universaliteit toeschrijven? Maar zou de stad niet hét summum van menselijkheid moeten zijn, net doordat ze gemaakt is door de mens? Of is ze dan weer té kunstmatig, hebben we een aversie ontwikkeld tegen de maakbaarheid? Is het opzoeken van de natuur in cinema een vorm van romantiek? Of ergens ook een zekere gemakzucht?



Kwaadaardig monster


Misschien is deze gewoonte ontstaan doordat de stad in de loop van de filmgeschiedenis vaak gedemoniseerd werd. In de laatste honderdvijftig jaar transformeerde de wereld van een door landbouw en provinciale levensstijlen gedomineerde plek naar een die beheerst wordt door verstedelijking, industrialisatie en globalisatie. Die geschiedenis overlapt grotendeels met de ontwikkeling van de cinema, die ooggetuige was van onze evoluerende steden. Artiesten, fotografen en filmmakers hebben in bepaalde periodes een visie gepopulariseerd op de moderne stad als een kwaadaardig monster. In Fritz Langs befaamde sciencefiction Metropolis (1927) is de door de mens gemaakte stad net de meest onmenselijke plek, en in Michelangelo Antonioni’s oeuvre is ze vaak een metafoor voor de isolatie van vervreemde individuen in de moderne tijd.


De massale verstedelijking van de laatste 150 jaar loopt parallel met de ontwikkeling van cinema

Antonioni’s conclusie: moderne architectuur overschaduwt ons, en mensen zijn niet langer in staat tot degelijke communicatie. Geen wonder dat filmmakers weg bewegen uit de stad om intermenselijke relaties bloot te leggen. Maar werkelijk productief is die ontsnapping misschien niet. Als de steden die we zelf creëerden naar ons aanvoelen werkelijk zo’n dystopie zijn geworden, zijn wijzelf bijgevolg ook de enigen die verandering kunnen brengen in die visie – en daar kan film een rol in spelen. Het zo nu en dan romantiseren van het stadsleven zou wellicht een stuk duurzamer zijn dan de stad voortdurend te ontvluchten om menselijkheid te kunnen zien.


Beeld uit 'Les Olympiades'
Beeld uit 'Les Olympiades'

Grillig personage


Of misschien vergis ik me over de alomtegenwoordigheid van die ‘monsterlijke’ grootstad, en werd de stad in de loop van de filmgeschiedenis eigenlijk even vaak geromantiseerd als gedemoniseerd. Denk aan Walter Ruttmanns iconische Berlin: Die Sinfonie der Großstadt (1927), aan Der Himmel über Berlin (1987), maar ook aan Lola Rennt (1998), en nog recenter aan de Before-trilogie. Zou het kunnen dat filmmakers als Reichardt in een tegenbeweging net pogen te vermijden dat de stad een te grote rol opeist in cinema?


Hier kunnen we de schuld natuurlijk ook zoeken bij onszelf, de critici en cinefielen. Waarom beschouwen en beschrijven we de stad zo gemakkelijk als ‘een personage’? Die uitspraak is inmiddels een dooddoener die te pas en te onpas gebruikt wordt als een film zich simpelweg in een stad afspeelt en de filmmaker die locatie niet compleet onder de mat schuift.


Waarom wordt de stad zo gemakkelijk als ‘een personage’ beschouwd in een bepaalde films?

We romantiseren de stad met andere woorden ook wel eens wanneer het eigenlijk niet aan de orde is. Een treffend voorbeeld daarvan was het discours over Jacques Audiards in november verschenen Les Olympiades. De film is onverhuld in het hier (Parijs) en het nu (2021) gevestigd. Maar hoewel de titel letterlijk de naam van de Parijse wijk is waar de personages zich in bewegen, is Audiards portret welbeschouwd allesbehalve een ‘stadssymfonie’, in tegenstelling tot wat geclaimd wordt in menig recensie. Soms is een stad gewoon een stad. Niet noodzakelijk neutraal of compleet irrelevant, maar simpelweg een passende setting. Een bij momenten tekenende omgeving, misschien zelfs een katalysator, maar niet altijd een ‘personage’ of de ultieme betekenaar in een mensenleven.


Want Audiard opent de film dan wel met hoge, anonieme appartementsblokken, binnen enkele seconden zoomt hij reeds in op één van de vele ramen met de bijhorende individuen. Hij zoomt niet voortdurend terug uit, zoals een stadssymfonie dat wel zou doen. En maar goed ook. Gelukkig gaat de film over de mensen in de stad, en niet over die stad zelf. De millennials die Audiard weergeeft zijn net zo goed als Reichardts personages ook mensen die op zoek zijn naar waardevolle connecties. De universaliteit van die zoektocht, daar doet de Parijse metro of een Tindermatch in de metropool heus geen afbreuk aan.



Benieuwd naar meer prikkelende teksten over de stad in film? Koop hier het stadsnummer van Humbug.