• Johannes De Breuker

Waarom 'Le huitième jour' uit 1996 evenveel een film van nu is

Bijgewerkt op: jul 6

Een witte man die de stem van een zwarte muzikant inspreekt? Schande! Personen met een beperking die vertolkt worden door topacteurs? Hulde! Vijfentwintig jaar na Jaco Van Dormaels Le huitième jour begint de filmindustrie die dubbele moraal eindelijk in te zien.


Still uit 'Le huitieme jour'

25 jaar geleden, op 22 mei 1996, verscheen Jaco Van Dormaels Le huitième jour in de Belgische bioscopen. Dat ging niet onopgemerkt. Enkele dagen ervoor deelden Daniel Auteuil (Harry) en Pascal Duquenne (Georges) immers nog de prijs voor beste acteur tijdens het 49e filmfestival van Cannes voor hun ontwapenende rollen in deze pakkende parabel over Georges, een jongeman met het syndroom van Down, die stilaan de ogen en het hart van de depressieve zakenman Harry weer opent.


Dat de twee heren in de prijzen vielen, was te verwachten. Niet enkel omdat Le huitième jour een prachtfilm is die een kwarteeuw later nog speels, spannend en inventief oogt. Ook omdat in de jaren 80, 90 en 2000 films over zulke bijzondere vriendschappen in zwang waren. Een genre op zich, zelfs. Denk maar aan Dustin Hoffman en Tom Cruise in Rain man, aan Tom Hanks en Robin Wright in Forrest Gump of zelfs aan Dora van der Groen en Ann Petersen in Pauline & Paulette. Acteurs die iemand met een fysieke of verstandelijke beperking vertolkten, maakten toen meer kans op grote acteerprijzen dan personages zonder.


Toch was de Cannes-prijs voor Pascal Duquenne vooral bijzonder. Omdat hij zelf het syndroom van Down heeft.



Kortste weg naar het hart


In 1996 was zo’n authentieke casting namelijk niet gangbaar. Vandaag ligt rolverdeling een pak gevoeliger. Nu kom je niet langer weg met missers als een zwart personage dubben door een witte acteur, zoals onlangs bij Pixar-prent Soul. Maar personen met een beperking? Die werden de afgelopen jaren wel nog massaal door acteurs zonder handicap vertolkt. Kijk maar naar Eddie Redmayne in The theory of everything of Bryan ‘Walter White’ Cranston in The upside. Voor hen bleken zo’n rollen de kortste weg naar de harten van kijkers, critici en festivaljury’s.


Pascal Duquenne’s ontwapenende vertolking in Le huitième jour was lang een verfrissende zeldzaamheid op het scherm.

Hierdoor was Duquenne’s ontwapenende vertolking in Van Dormaels tragikomedie lang een verfrissende zeldzaamheid op het scherm. Gelukkig is Georges een prachtig personage dat schoonheid in de kleine dingen ziet, iets wat de Belgische cineast mooi toont door het alledaagse in een kleurrijke, magisch-realistische gloed te plaatsen. Goed ook dat hij geen oppervlakkig personage is dat zijn tegenspelers ophemelt ten koste van zichzelf. Hij maakt een even grote groei door dan zijn depressieve kompaan Harry (Auteuil). Van Dormael en Duquenne zetten zo een authentiek beeld neer van mensen met een verstandelijke handicap.



Spiegeling-methode


Waarom duurde het dan toch nog zo lang voordat er meer mensen met een beperking op het grote scherm opdoken? Een mogelijke verklaring hiervoor geeft Harry al in het eerste kwartier van Le huitième jour wanneer de grijze muis voor een aula vol kantoorklerken enkele verkooptechnieken opdist. De bankmanager legt hen de spiegeling-methode uit door de gedragingen van een studente over te nemen. ‘Twee verwante zielen maken makkelijker contact met elkaar. Uw gesprekspartner zal niet beseffen dat u hem imiteert. Overeenkomsten worden nooit opgemerkt. Alleen verschillen choqueren mensen.’


Omdat Harry volgens zijn ex-vrouw Julie (Miou-Miou) zijn eigen sales pitches belichaamt, schuilen er in die uitspraak twee lessen. De goede: dat Harry en Georges elkaars gelijken zijn – ‘alleen in jouw ogen ben ik Georges’, klinkt het. De slechte: mensen zijn bang voor verschillen. Ze willen dus overeenkomsten zien en niet op afwijkingen gewezen worden. Dat laatste schaadt de verkoop.


Net zoals Harry zich losmaakt van zijn eigen praatjes omdat hij merkt dat de verschillen tussen hem en Georges kleiner zijn dan de clichés over personen met Downsyndroom doen geloven, maakt ook de filmindustrie stilaan korte metten met die simplistische marketingideeën. Mensen laten zich immers niet langer afschrikken door verschillen. Of juister: er zijn genoeg mensen die willen betalen om films te zien die daar voorbij kijken. In de filmindustrie is dat nog altijd de gouden regel voor verandering.



Authenticiteit werkt


Daarom gaan in Amerika nu stilaan de buidels wat open voor ‘disability films’ met verstandelijk beperkte acteurs in de hoofdrol, zoals voor Tyler Nilson en Michael Schwartz’ hartverwarmende roadmovie The peanut butter falcon (2019). In deze trefzekere tragikomedie over Zak, een twintiger met Downsyndroom die een bejaardentehuis van de overheid ontvlucht om worstelaar te worden, waait dan ook duidelijk de spirit van Georges en Harry. Tijdens die vlucht naar worstelicoon Salt Water Redneck ontmoet Zak (Zack Gottsagen, een acteur met Downsyndroom) de visser Tyler (Shia LaBeouf). Ze raken snel bevriend en leren samen de wereld weer te omarmen.


Films als Le huitième jour en The peanut butter falcon bewijzen dat authenticiteit beter werkt dan sentimentaliteit.

Still uit 'The peanut butter falcon'

Net als Le huitième jour vertelt deze indieparel een simpel verhaal over moeilijke en aangrijpende thema’s als verlies en verdriet, geluk en ongeluk, goed en slecht. Vijfentwintig jaar na de release van Jaco Van Dormaels Toto le héros-opvolger vormen deze films het mooie bewijs dat authenticiteit beter werkt dan sentimentaliteit. En ook dat er geen sterrencast is opgewassen tegen een Pascal Duquenne of Zack Gottsagen in bloedvorm.


Geef hen een nieuwe hoofdrol. Nu. Meteen!


Om de 25e verjaardag van Le huitième jour te vieren kan je Jaco Van Dormaels film via YouTube huren of bij de lokale bib.



Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.