• Florian Saerens

‘Lamb’ toont de bezwerende kracht van trage cinema

Bijgewerkt op: 9 mei

Een horrorfilm noemt Valdimar Johansson Lamb liever niet. In plaats daarvan kiest de IJslandse regisseur voor de stille en trage kracht die in de slow cinema-stijl schuilt om zijn occulte thriller over familie, trauma en verlies op smaak te brengen. 


Noomi Rapace in 'Lamb'
Noomi Rapace in 'Lamb'

‘Het achterhouden van de verwachting.’ Paul Schrader heeft niet veel woorden nodig om tot de essentie van slow cinema te komen. Zijn citaat komt uit een essay dat de schrijver-regisseur in 2018 publiceerde naar aanleiding van de toen 45e verjaardag van Transcendental Style in Cinema. In dat boek neemt de Taxi driver-scenarist de films van Robert Bresson, Yasujiro Ozu en Carl Theodor Dreyer onder de loep en beitelt hij de eerste ideeën neer rond de transcendentale film. De regisseur van The card counter beschrijft het als cinema die voorbij narratief kijkt en zoekt naar een hoger doel, een transcendente ervaring.  


Vijftig jaar later is die transcendente filmervaring populairder dan ooit. Andrei Tarkovsky (Stalker) en Béla Tarr (Satantango) – tevens mentor van Johansson en geldschieter van Lamb –  drukten hun stempel tot in de eeuwigheid op deze stijl en ook binnen het huidige landschap blijven makers als Apichatpong Weerasethakul (Memoria), Pedro Costa (Vitalina Varela) en Tsai Ming-liang (Rizi) zweren bij de kracht van stilte en traagheid. Valdimar Johansson neemt op zijn beurt Schraders woorden ter harte voor zijn modern folkloreverhaal Lamb



Twee moederharten


Beginnen doet dit regiedebuut op Kerstavond. Mysterieus gebrom dwaalt over de bevroren, mistige gronden van de IJslandse landbouwers Ingvar (Hilmir Snær Guðnason) en Maria (Noomi Rapace). De onzichtbare gedaante heeft het op de schapenstal van hun boerderij gemunt. Sluimerende onrust verspreidt zich tussen de wollige viervoeters wanneer het gevaarte de vloer betreedt. Aan de andere kant van de mistvlakte kijkt Maria onwetend vanachter haar keukenraam toe, niet beseffende welk onheil haar familie te wachten staat. 


Hoe hard kan je spelen met het weefsel van de natuur voordat de stof gaat scheuren? 

Dat onheil komt in de vorm van nieuw leven. Een van hun schapen bevalt namelijk van een mysterieus mens- en schaapachtig schepsel. Maria’s moederinstinct treedt meteen in werking wanneer ze haar Ada – zo wordt het hybridewezen genoemd – in de armen neemt, Ingvar volgt na enige hapering mee in de waan van het ouderschap. 



Maar met het waarmaken van hun eigen kinderwens, slaan ze een gat in het moederhart van het schaap dat wezenloos achterblijft. Twee moeders komen tegenover elkaar te staan. Binnen dit conflict werpt Johansson een interessant vraagstuk op: hoe hard kan je spelen met het weefsel van de natuur voordat de stof gaat scheuren? Als Ingvars broer Pétur (Björn Hlynur Haraldsson) ten tonele verschijnt, komt deze splijtende vraag extra onder druk te staan.



Zwijgzaam boerenleven


Om dit geheimzinnig verhaal kracht bij te zetten, grabbelt de cineast gretig in de gereedschapskist van de trage cinema: statische kaders knippen pas lang na de actie naar een volgend beeld, of worden traag doorbroken door de sobere dialogen. Die voelen koud, langzaam en houden de kijker moedwillig op een afstand, maar missen hun effect niet als ze binnensijpelen. De kijker krijgt de tijd om zelf na te denken over het narratief, vooruit te lopen op de zaken. Johansson blijft op eigen tempo slechts enkele kruimels geven terwijl je een volledig brood verwacht. 


Maar deze vergelijking houdt niet volledig steek. Binnen de ongeschreven regels van slow cinema is het namelijk altijd de vorm die verhaal weet te overstijgen, terwijl Johansson hier de prioriteit aan dat laatste geeft. Lamb gebruikt de genreconventies als middel, niet als doel. Zo voelt het zwijgzame boerenleven van Maria en Ingvar meer als een karaktertrek dan een stijlkeuze. Hun stilte gaat gepaard met een triestheid, die pas goed en wel vast te pinnen valt wanneer Ada en Maria een begraafplaats bezoeken. ‘Engel op Aarde, Engel in de hemel‘, valt er op één van de drie kruisen daar te lezen. Het graf draagt dezelfde naam als het kind dat ernaar staat te kijken. Het lijkt het enige bewijs van een telg die nooit de boerderij heeft bewandeld. Een pakkende scène, die de emotionele kern van de film ontbloot.


Johansson geeft steeds maar enkele kruimels terwijl je als kijkers een volledig brood verwacht.

Ook binnen het camerawerk krijgt verhaal het meeste speelruimte. De cadrages zijn statisch en breed, maar behuizen één voor één een gecalculeerd ongemak dat in functie van het narratief staat. Dat valt grotendeels te wijten aan de bizarre relaties die de personages tot elkaar hebben, maar ook in hun afwezigheid blijft dit overeind. Via de breedhoeklenzen lijkt een onheil de vallei voortdurend te begrazen, om uiteindelijk een mokerslag aan haar personages en de kijker uit de delen.


Helaas toont die mokerslag vooral de wonden van de film zelf. Wanneer de personages van Lamb geconfronteerd worden met het lot dat ze zelf bezegeld hebben, is er nooit genoeg nabijheid geweest om compassie te voelen voor hun lijden. De beeldende afstand tussen Maria, Ingvar en de kijker is simpelweg te groot. De achtergehouden verwachtingen waar Schrader over sprak, die Johansson nochtans nauwkeurig doorheen de film weeft, worden hierdoor niet volledig ingelost. Jammer, want met dit verhaal toont de IJslandse cineast dat traagheid en folkloristische gruwel perfect en bijzonder origineel in elkaar kunnen klikken.



'Lamb' is vanaf 6 januari 2022 in de Belgische zalen te zien. 

 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.