• Robin Kramer

‘The card counter’ is wederom een vintage Paul Schrader

Bijgewerkt op: 22 apr.

Paul Schrader maakt steeds weer dezelfde film. Dat is niet erg. Zeker niet als je weet dat die ene film Taxi driver is, waarvoor hij het scenario pende, en dat het resultaat een knappe karakterstudie is als The card counter, waarin Oscar Isaac als gokker niet in zijn kaarten laat kijken. 


Oscar Isaac in 'The card Een stoïcijnse Oscar Isaac laat niet in zijn kaarten kijken in 'The card counter'counter'
Een stoïcijnse Oscar Isaac laat niet in zijn kaarten kijken in 'The card counter'

Dagboek, voice-over, slaapgebrek. Een gecorrumpeerd nachtelijk decor. En daar kolkt in het midden de vereenzaamde mannelijke hoofdpersoon die zijn dagelijks werk als een harnas tegen de werkelijkheid draagt. Als er iemand is die het adagium van Jean Renoir — dat een regisseur uiteindelijk maar één film steeds opnieuw maakt — als mission statement gebruikt is het wel Paul Schrader. Ook in zijn nieuwste film zijn al deze elementen weer te vinden. Maar net als het briljante First reformed (2017) gloort er iets meer aan de horizon dan alleen donkere wolken. 


Ex-militair, ex-gevangene en fulltime gokker William Tell (Oscar Isaac) hoeft niet groots te winnen. In de cel heeft hij zichzelf kaarten leren tellen, waardoor hij een bescheiden bestaan kan onderhouden door de casino’s van de Verenigde Staten af te gaan en in motels te verblijven. Hij wil gewoon kaarten, it passes the time. 'Modest goals' is het devies. Win small, lose small. Maar er is weinig stoers aan zijn terughoudendheid. Het komt allemaal voort uit zijn tijd in de nor, waar hij van zijn kooi is gaan houden. Als hij een hotelkamer binnenkomt haalt hij de schilderijen van de muur en pakt hij de meubels in met lakens en touw om zijn isolement te recreëren. Tell is duidelijk geen held, maar een tragisch figuur.


Oscar Isaac speelt geen held maar een tragische figuur.

Uiteindelijk wordt hij benaderd door Cirk (gespeeld door een Tye Sheridan, die zich een beetje wankel door het script van Schrader manoeuvreert). Cirk zit zwaar in de schulden en wil wraak nemen op de militaire kolonel (Willem Dafoe) die zowel zijn vader als Tell forceerde gevangen te martelen in de Abu Ghraib-gevangenis. Tell heeft er tien jaar voor gezeten, Dafoe ging vrijuit. Dan is er nog La Linda (Tiffany Haddish) die Tell uiteindelijk overtuigt mee te doen aan de World Series of Poker. In het begin wil Tell daar niets van weten, maar uiteindelijk doet hij mee om een grote som geld te verdienen en op die manier Cirk uit zijn schulden te helpen.  



Absolutie in de ander


William Tell is op zoek naar verlossing maar weet dat het vanwege zijn verleden niet mogelijk is voor hem. Zijn absolutie probeert hij daarom te vinden het verlossen van zijn protegé Cirk. Tegen La Linda zegt hij: ‘The feeling of being forgiven by another and forgiving oneself are so much alike. There’s no point in trying to keep them distinct.’ 


Schrader kiest ervoor om weg te draaien van het geweld. Het idee van een monster is uiteindelijk altijd enger dan het monster zelf.

Hierin ligt de schraderiaanse crux: er is wel wat hoop, maar niet op de manier die je zou verwachten. En het is er ook maar vrij weinig. Net als in Taxi driver en First reformed zorgt een extremistische derde akte voor de ontknoping, waarin ook de keuze voor de naam William Tell duidelijk wordt. Maar waar Scorsese in eerstgenoemde de camera midden in het bloederige trappenhuis zet, kiest Schrader ervoor om weg te draaien van het geweld. Dat is slim. Het idee van een monster is uiteindelijk altijd enger dan het monster zelf.


Oscar Isaac in 'The card counter'
Oscar Isaac in 'The card counter'

God's lonely man


Met The card counter maakte Paul Schrader een zoveelste meditatief-stoïcijnse film over een verloren man in een verlopen wereld. Daar horen ook wat minder subtiele verwijzingen bij — de zinspelende naam van de hoofdpersoon, het feit dat hij Marcus Aurelius’ Meditaties leest in de gevangenis en de zware soundtrack waarin Robert Levon Been voor je gevoel wel tachtig keer over zijn ‘lonesome aberration’ zingt. Maar om in de sfeer van absolutie te blijven zullen we hem dat maar vergeven.


Het is boeiend om te zien welke vormen genegenheid aanneemt binnen een milieu waar liefde onherbergzaam lijkt te zijn.

The card counter is op zijn best tijdens de intieme momenten tussen de Isaac en La Linda. Beiden spelen sterk en het is boeiend om te zien welke vormen genegenheid aanneemt binnen een milieu waar liefde onherbergzaam lijkt te zijn. Het laatste shot van de film hamert daarop en dat ontroert. Net als in First reformed is er een kleinschalige overwinning voor de liefde. God’s lonely man lijkt met elke nieuwe Schrader een beetje minder lonely te worden. 


The card counter is nu in de Belgische bioscoop te zien. Je kan de film ook thuis bekijken via Picl.be


 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.