• Dieter Vanden Bossche

Joseph Losey, de Amerikaan die zich in Europa thuisvoelde

Hij werd verbannen om zijn communistische ideeën, bejubeld door Cahiers du Cinéma om zijn uitgesproken stijl en onsterfelijk door zijn samenwerkingen met Nobelprijswinnaar Harold Pinter. Toch is Joseph Losey tussen de plooien van de filmgeschiedenis beland. Hoe begin je aan het oeuvre van deze ietwat vergeten cineast?


Beeld uit 'The servant' van Joseph Losey
Beeld uit 'The servant' van Joseph Losey

Joseph Walton Losey (1909 - 1984) was een manusje-van-alles. De in Wisconsin geboren cineast studeerde namelijk zowel geneeskunde, filosofie als Engelse literatuur alvorens hij aan zijn carrière als toneelregisseur begon. Die loopbaan werd echter al snel gedwarsboomd omdat Losey op de ‘zwarte lijst’ van Hollywood terecht kwam door zijn communistische sympathieën. Noodgedwongen week de Amerikaan naar Engeland uit. Aanvankelijk werd zijn werk daar alleen door de critici van Cahiers du Cinéma bejubeld. In cinefiele kringen leverde hem dat naam en faam op, maar daarbuiten bleef de grote erkenning uit.


De Franse theoreticus Michel Mourlet zag in Losey een regisseur die tegen zijn eigen intellectuele onzekerheid vocht. 

De reden daarvoor is misschien wel dat bij de Amerikaanse banneling stijl steeds boven substantie stond. ‘Hij benadert de cinema niet zoals Preminger, Lang of Cottafavi, en lijkt zelfs een stap terug te zetten’, zegt Michel Mourlet, de Franse theoreticus die in Losey een regisseur zag die tegen zijn eigen intellectuele onzekerheid vocht. Het oeuvre van Losey draagt onmiskenbaar zijn persoonlijke stempel – daarbij zijn terugkerende thema’s en motieven een doorslaggevende factor. ‘Eén van de onderwerpen die zo typerend zijn is dat van de indringer die in een bestaande situatie terecht komt en zijn gebruikelijke patroon moet herzien’, verklaart Janet E. Lorenz van Film Reference


Dat Losey in zijn films regelmatig maatschappijkritiek uit, vindt volgens haar zijn oorsprong in diens theaterwerk uit de jaren 1930. Daarin toonde Losey zich immers een adept van Bertolt Brecht, de Duitser wiens gereserveerde stijl en gevoel voor vervreemding ook bij Losey te zien is. Die laatste vond op zijn beurt een zielsverwant in de Britse schrijver en Nobelprijswinnaar Harold Pinter. Zoals uit de meeste van zijn gevarieerde films blijkt, werkte de cineast liever met gevestigde auteurs dan zelf scenario’s te schrijven. Bewonderenswaardig hoe hij dit materiaal naar zijn hand wist te zetten. 


De drie films die de vruchtbare samenwerking tussen Losey en Pinter markeren, vormen het summum van ‘s mans palmares.



Accident


Accident (1967) is een geraffineerd psychologisch drama dat speelt in de bourgeoisie van de universiteitsstad Oxford. Spilfiguur van het verhaal is een beeldschone Oostenrijkse studente (Jacqueline Sassard), die bij een zwaar auto-ongeval betrokken raakt waarbij haar verloofde het leven laat. Dirk Bogarde geeft gestalte aan de getormenteerde decaan van de campus. De gehuwde hoogleraar was de mentor van het betreurde slachtoffer en staat diens geliefde bij wanneer ze na de crash in shock verkeert. Daarnaast is er een verwaande collega van de prof, die eveneens niet ongevoelig blijft voor de charmes van het meisje. 


De regisseur toont zich een meester in het observeren van een welhaast verdorven maatschappij

Accident steunt op een weldoordacht scenario waarbij veel onuitgesproken blijft, maar niks aan het toeval wordt overgelaten. Het is misschien wel de meest vormelijk experimentele film van Losey, die in schril contrast staat tegenover de seksuele revolte die op dat moment plaats had. De stijl van Accident is immers heel anders dan de vaak uitbundige films uit die periode. Losey graaft liever diep door tot de psyche van zijn hoofdpersonages, die worden verscheurd door begeerte en frustratie. Wars van alle trends fungeert de camera quasi als een stille getuige. Terwijl er in werkelijkheid niet zo veel lijkt te gebeuren, wemelt het van implicaties en onderhuidse spanning. 


Er gaat van Loseys koele mise-en-scène hoe dan ook een mysterieuze kracht uit. De regisseur toont zich een meester in het observeren van een welhaast verdorven maatschappij, waar allerlei ambivalente gevoelens aan de oppervlakte komen.


Jacqueline Sassard en Dirk Bogarde in 'Accident'
Jacqueline Sassard en Dirk Bogarde in 'Accident'

The servant


Het voortreffelijk opgebouwde The servant (1963) vertelt over een volleerd butler die in dienst treedt bij een jonge Londense edelman. De hele film speelt zich nagenoeg af in een oud herenhuis in Chelsea, van welke de bouwstijl en het interieur prachtig werd gereconstrueerd in beperkte studiosets. Wanneer de vrijgevochten zus van de dienstknecht zich bij het gezelschap vervoegt, stijgt de spanning tussen de twee mannen en het meisje.


Bogarde belichaamt in The servant een hele geschiedenis van etterende klassenhaat

Dirk Bogarde is eens te meer grandioos als de schijnbaar achteloze bediende die langzaam maar zeker een steeds grotere controle begint uit te oefenen over zijn meester en hem uiteindelijk zelfs de grond van onder diens voeten maait. Volgens filmhistoricus Philip Kemp belichaamt Bogarde – inclusief minachtende glimlach en insinuerende, lichte Cockney-accent – een hele geschiedenis van etterende klassenhaat. 


Joseph Losey was altijd al gefascineerd door het Britse klassenstelsel en kon het zich veroorloven om zijn ideeën daaromtrent verder uit te bouwen. Dit resulteert in een haarscherpe karakterstudie over macht, manipulatie, afgunst en suggestieve verleiding – wat door de regisseur wordt gevat in een reeks van lumineuze beeldcomposities. De glanzende zwart-wit fotografie van veteraan Douglas Slocombe zit daar natuurlijk voor iets tussen: let op het inventieve spel tussen licht en schaduw en hoe de camera wordt gepositioneerd ten opzichte van spiegels. Zo ontstaat een effect dat de hagelwitte vertrekken een verraderlijk karakter bezorgen.


Dominic Guard en Julie Christie in 'The go-between' van Joseph Losey.
Dominic Guard en Julie Christie in 'The go-between' van Joseph Losey.

The go-between


Met de Palm d’Or voor The go-between (1971) ontving Joseph Losey, die het moeilijk had om z’n films gefinancierd te krijgen, misschien wel de belangrijkste bekroning uit zijn carrière. De film is een even subtiele als fijngevoelige adaptatie van de gelijknamige roman van L.P. Hartley en speelt aan de start van de jaren 1900.


Met de Palm d’Or voor The go-between ontving Joseph Losey misschien wel de belangrijkste bekroning uit zijn carrière.

Alles wordt gezien vanuit het perspectief van Leo, een jonge knaap die zijn zomervakantie doorbrengt op het landgoed van een rijkeluis schoolvriendje. Terwijl zijn kameraad geveld is door de mazelen, probeert het joch in de gunst te komen bij diens oudere zus – een elegante aristocrate met trouwplannen, vertolkt door Julie Christie. Voor hij het goed en wel beseft wordt Leo gebruikt als koerier voor de geheime correspondentie tussen de vrouw en haar buurman (Alan Bates). Zo raakt het kind betrokken bij hun verdoken affaire, maar gaandeweg begint zijn geweten te knagen.


Over zowat de hele lengte kan The go-between in se gezien worden als één lange flashback, die beheerst wordt door een terugkerend pianothema van de Franse componist Michel Legrand. Een paar zeldzame momenten wordt de film echter doorbroken met scènes waarin Leo als oudere man terugblikt op de zwoele zomer die bepalend was voor zijn jeugd. De vertelstructuur staat het esthetisch genot niet het minst in de weg. Het ongerepte natuurschoon van Norfolk baadt veelal in een warm natuurlijk licht, dat zo uit de idyllische panorama’s van Emile Claus kan komen gestapt.



De besproken Joseph Loseys films zijn online te bekijken via Voo en LaCinetek. Daar vind je ook andere films van zijn hand.


Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.