top of page

Hoe Frank Daniel de Belgische film herschreef

Bijgewerkt op: 15 mrt.

Misschien doet de de naam František ‘Frank’ Daniel weinig belletjes rinkelen, toch drukte de Amerikaanse pedagoog met Tsjecho-Slowaakse wortels zijn stempel stevig op de Belgische cinema. Met dank aan een Belgisch ‘Sundance Instituut’, zijn frisse kijk op scenarioschrijven en studenten als Jaco van Dormael, Erwin Provoost, Marion Hänsel en Dominique Deruddere.

Robert Redford en Frank Daniel tijdens de eerste editie van Sundance in 1978. (Foto door Franks zoon Michael Daniel)
Robert Redford en Frank Daniel tijdens de eerste editie van Sundance in 1978. (Foto door Franks zoon Michael Daniel)

‘Ik zou niet zeggen dat de Belgische film in een crisis verkeerde’, vertelt scenarist-producer Pierre Drouot – die onder andere Permeke (1985) pende en Toto le héros (1991) produceerde – over de filmindustrie in de jaren tachtig. ‘Beschouw het als het verhaal van een kind dat groeit, leert en zich ontwikkelt. De Belgische film was toen nog erg jong en van een vak als scenarioschrijven was er in onze contreien geen sprake. We schreven instinctief. Totdat Harry Kümel en ik aan het begin van dat decennium tegen elkaar zeiden dat we een betere vorming scenarioschrijven nodig hadden.’


Die toenemende belangstelling voor scenarioschrijven zorgde ervoor dat de Brusselse Hogeschool voor Dramatische Kunsten in de jaren 1980 buitenlandse, vaak Amerikaanse gasten begon uit te nodigen. Een van die docenten die filmmakers als Jaco van Dormael toen de kneepjes van scenarioschrijven leerde, was František ‘Frank’ Daniel (1926-1996). Toen de Sovjet-Unie in 1968 Tsjechoslowakije binnenviel, vluchtte hij naar de VS, waar hij bij de filmopleidingen van het AFI en Colombia terechtkwam en workshops leidde aan het Sundance Institute. Vanuit die sleutelposities hielp hij mee aan het gouden tijdperk van Amerikaanse cinema, met films als One flew over the cuckoo’s nest en Eraserhead van Miloš Forman en David Lynch – twee filmmakers waarop hij grote invloed heeft gehad.


Juiste man, plaats en tijd


Omdat de Belgische filmindustrie toen erg nieuwsgierig was naar frisse ideeën over scenarioschrijven, bleek Daniel snel de juiste man op de juiste tijd op de juiste plek. ‘Er was toen vrijwel geen literatuur over scenarioschrijven te vinden’, beschrijft producer en voormalig VAF-directeur Erwin Provoost de situatie waarin de Belgische filmwereld destijds verkeerde. ‘Zelfs op de filmschool bestond er geen specialisatie “Scenarioschrijven”. Binnen de Europese cinematografie gingen we lange tijd uit van het auteurs-idee: de auteur-regisseur die zelf zijn scenario’s schrijft. Dat is volgens mij pas echt veranderd toen de televisieseries hun opgang deden en men behoefte kreeg aan gespecialiseerde scenarioschrijvers.’


Juist Erwin Provoost en zijn collega Dominique Deruddere begonnen de zomerworkshops van Daniel te bezoeken. Ze kregen een vriendschappelijke relatie met de Amerikaanse Slowaak, die onder studenten om zijn hartelijkheid bekend stond. Samen met Drouot startte Provoost met de voorbereiding van een project dat in maart 1985 zou uitgroeien tot het het Flemish European Media Institute (FEMI). Dit educatief platform voor jonge professionals uit het Vlaamse culturele milieu, waar Daniel artistiek directeur van werd, was geïnspireerd op het Amerikaanse Sundance Institute.


Still uit Marc Diddens 'Sailors don't cry'
Still uit Marc Diddens 'Sailors don't cry'

Broedplaats voor films


De ontmoetingslocatie van FEMI-leden was de middeleeuwse burcht Alden Biesen, gelegen tussen Hasselt en Maastricht. Het programma bestond uit drie onderdelen. Ten eerste een drie maanden durend seminar scenarioschrijven, gericht op praktische scenarioschrijfoefeningen. Ten tweede een cursus filmanalyse en ten derde een serie workshops met buitenlandse filmmakers-gastdocenten die door het FEMI werden uitgenodigd. Het programmaluik filmanalyse werd door František Daniel zelf verzorgd. De workshops, die gericht waren op concrete vakgebieden zoals productie, regie en casting – en die toegankelijk waren voor een zo breed mogelijk publiek – werden meestal geleid door filmmakers uit de West-Europese of Amerikaanse filmwereld.


Voor verschillende bekende filmmakers vormde deelname aan deze workshops een belangrijke stap in hun carrière. Dit geldt voor bijvoorbeeld de Belgische scenarioschrijfster en regisseuse Marion Hänsel, die hier het scenario van het drama Les noces barbares (1987) voltooid heeft, regisseur Marc Didden, auteur van Sailors don’t cry (1988) en regisseur en scenarioschrijver Jaco van Dormael, wiens scenario voor de film Toto le héros (1991) later onder andere een European Film Award heeft gewonnen.


Still uit Jaco van Dormaels 'Toto le héros' (1991)
Still uit Jaco van Dormaels 'Toto le héros' (1991)

De regel van acht


Regisseur Jaco van Dormael en regisseur en scenarioschrijver Dominique Deruddere, die Daniels lezingen aan het INSAS volgde, herinneren zich vooral de theorie van de acht sequenties, die Daniel demonstreerde aan het voorbeeld van klassieke films uit Hollywood.


‘Frank vertelde ons dat elk verhaal acht etappes bevat. En iedere etappe brengt kleine veranderingen aan in het verhaal. Om de aandacht van het publiek te behouden is het nodig dat er voortdurend iets gebeurt zodat het publiek in contact blijft met het verhaal,’ vertelt Jaco van Dormael. ‘Ik beschouw dit als acht van die ‘clics’ – het zijn geen plot points maar kleine ‘clics’ – twee in het eerste, vier in het tweede en twee in het derde bedrijf. Hoewel er in de filmwereld eigenlijk geen regels bestaan, was dit toch één van die kleine regeltjes die ik heb overgenomen,’ vertelt van Dormael over de structuur die hij heeft toegepast in de film Toto le héros, waarvan het scenario ontstond tijdens een FEMI-workshop.


'Films ontstaan pas op het moment dat het publiek erop reageert. Om het publiek hiertoe aan te zetten, heeft men een goed scenario nodig.’

Met het verkondigen van deze op het eerste gezicht starre structuur wilde Frank Daniel de persoonlijke uitdrukkingsvormen van zijn studenten echter nooit onderdrukken. Zijn theorie moest uitsluitend dienen om de belangstelling van het publiek vast te houden, omdat voor Daniel het engagement en empathie van het publiek voor het verfilmde verhaal doorslaggevend waren. ‘Voor mij is cinematografie een performatieve kunstvorm, die net als alle andere performatieve kunstvormen een directe reactie van het publiek nodig heeft. Als men alleen zelf naar zijn eigen film kijkt, heeft men in feite helemaal geen film gemaakt. Films ontstaan pas op het moment dat het publiek erop reageert. Om het publiek hiertoe aan te zetten, heeft men een goed scenario nodig.’


De dramaturgische aanpassingen van Frank Daniel waren vaak slechts minimaal, uitgevoerd met respect voor het oorspronkelijke scenario. Het ging meestal om het verschuiven, weglaten of toevoegen van afzonderlijke scènes, hooguit sequenties, ten gunste van een meer vloeiende spanningsopbouw. Van zijn wens om zoveel mogelijk van de oorspronkelijke intenties van auteurs te bewaren, getuigt ook het volgende speelse advies van Daniel aan zijn studenten: ‘Het kan voorkomen dat producenten aandringen om tien pagina’s uit een scenario te schrappen,’ herinnert Dominique Deruddere zich. ‘Dat kan natuurlijk niet zomaar. En Frank zei daarover dat we in dat geval het aantal woorden per pagina moesten tellen om het gemiddelde te berekenen, zodat we vervolgens van iedere pagina het resulterende aantal woorden konden verwijderen. Et voilà, het scenario was tien pagina’s ingekort!’


Still uit Marion Hänsels 'Les noces barbares' (1987)
Still uit Marion Hänsels 'Les noces barbares' (1987)

Blijvende betekenis


Hoewel het FEMI tegenwoordig niet meer bestaat, is zijn invloed op de Belgische cinematografie nog steeds voelbaar. Dankzij het instituut lukte het Belgische filmmakers in de jaren tachtig om waardevolle contacten aan te knopen met Amerikaanse en Europese collega’s, zodat onder impuls van Frank Daniel regisseurs als Jaco van Dormael, Dominique Deruddere, Marion Hänsel en producent Erwin Provoost hun gevoel voor films konden ontwikkelen.


‘Ik kan zijn ideeën niet meer nauwkeurig citeren, maar voor ik hem kende, vroeg ik me vaak af: Hoe moet ik dit scenario lezen? Hoe moet ik het interpreteren en erover discussiëren? En dat heeft Frank me geleerd. Hij heeft mijn kijk op productie veranderd. Natuurlijk bestaat het werk van een producent uit het vinden van fondsen, maar tegelijkertijd ook uit het discussiëren met kunstenaars over wat we nu eigenlijk gaan creëren – en deze discussies beginnen bij het scenario. Er zijn maar enkelen die echt grote invloed hebben gehad op mijn carrière, maar één van die doorslaggevende personen was Frank Daniel.’



Dit stuk kadert in het onderzoek 'Artistieke en pedagogische methoden van František Daniel in de context van zijn Tsjechoslowaakse, Amerikaanse en Belgische activiteiten' van Kateřina Hejnarová, een scenarioschrijver, audiovisueel creator en onderzoeker van de Janáček Academy of Performing Arts in Brno (Tsjechië).

 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk. Schrijf je hier in op onze wekelijkse nieuwsbrief.


Comments


bottom of page