top of page
  • Johannes De Breuker

‘Babylon’ toont de decadente doodsstrijd van cinema

Bijgewerkt op: 17 jan.

Het epische Babylon is naast een bacchanale ode aan de begindagen van cinema ook de luide doodsreutel van droomfabriek Hollywood – toen én nu. Gelukkig rouwt cineast Damien Chazelle in feeststemming, al was een minder uitbundige uitwerking soms beter geweest.


Margot Robbie in 'Babylon'
Margot Robbie in 'Babylon'

‘Film brengt dromen in kaart, print ze op celluloid en vereeuwigt ze.’ Dat vertelt filmster Jack Conrad (Brad Pitt) ergens in Babylon (2022) wanneer hij in 1926 het belang van cinema aan zijn gesprekspartner – en vooral: aan zichzelf – probeert uit te leggen. Deze dromer voelt op dat moment reeds haarfijn aan dat cinema voor een grote omwenteling staat, maar wat er juist staat te gebeuren, weet hij niet. Het is pas wanneer hij zijn assistent Manny (Diego Calva) op pad stuurt naar de première van The jazz singer, de film uit 1927 die het einde van de stille film inluidde, dat hij begrijpt dat er met the talkies een nieuwe periode is aangebroken. Dat er in dat nieuwe tijdperk geen rol meer voor hem is weggelegd, ontdekt hij pas later.



Extatische orgie


Niet gek dat Damien Chazelle inzoomt op die turbulente periode (1926-1932) waarin Hollywood zichzelf opnieuw moet uitvinden – van een stille tot een sprekende kunstvorm. Niet enkel omdat de 37-jarige Oscarwinnende regisseur net zoals zijn Babylon-ster Jack Conrad in een soort magisch-escapistische filmervaring lijkt te geloven – Chazelle is iemand wiens ambities niet in een stretchaar superheldenpak passen en die nog in de grandeur en verbeeldingskracht van Hollywood gelooft – maar vooral omdat het een moment in de geschiedenis is waarop grote dromen, blinde ambitie en jazz mooi samenkomen.


En laat dat net drie thema’s zijn waarmee Chazelle graag prikkelende portretten boetseert, van een drummer die ten alle koste zijn muziekdroom najaagt (Whiplash, 2014) en een jazzpianist en actrice die het willen maken in L.A (La la land, 2016) tot een genadeloze blik op Neil Armstrong (First man, 2018). Geen enkele cineast die de tragisch kant van grote dromen en ambities met zoveel filmliefde in kaart brengt als Chazelle.


Geen enkele cineast die de tragisch kant van grote dromen en ambities met zoveel filmliefde in kaart brengt als Chazelle.

Dat bewijst de Amerikaanse regisseur opnieuw in de lange aanloop van Babylon dat een decadent feest toont. Alles haalt hij uit de kast om hier de roaring twenties in geuren en kleuren te vangen, het delirische gevoel te capteren dat de belofte van eindeloze mogelijkheden oproept. Zijn vaste cameraman Linus Sandgren (zie ook: No time to die) komt ogen tekort als hij met bedwelmde blik het Hollywoodfeest zwierig in beeld brengt dat Nellie LaRoy (Margot Robbie) crasht, in de hoop er in het oog van enkele filmbonzen te springen. Hoewel opvallen tussen vrijende fuivers, uitzinnige jazz-muzikanten en een uitbundig kakkende olifant onmogelijk lijkt, valt LaRoy moeiteloos op temidden die extatische orgie. Omdat ze nu eenmaal een geboren ster is.


Brad Pitt speelt een (gevallen) Hollywoodster in 'Babylon'
Brad Pitt speelt een (gevallen) Hollywoodster in 'Babylon'

Laatste stuiptrekkingen


Eigenlijk begint Babylon pas daarna – als iedereen na dit orgastische feest afdruipt, naar huis gaat en na een ronkende roes met een kater ontwaakt in de harde realiteit. Nelly die kwijlend in een krot op een stinkende matras wakker wordt, Conrad die dronken en eenzaam in zijn villa aankomt en manusje-van-alles Manny vraagt om te blijven. Hoewel Nelly en Manny dan nog aan hun blitzcarrière moeten beginnen, markeert die even tragische als beloftevolle morning after zowel de start van hun als Conrads toegevoegde tijd.


Chazelle toont de laatste stuiptrekkingen van stille film met zoveel voyeuristisch plezier dat wegkijken geen optie is.

Chazelle toont die laatste stuiptrekkingen van stille film echter met zoveel voyeuristisch plezier en met zoveel bijtende humor dat wegkijken geen optie is. Hij voert een vrouwelijke regisseur op die jonge sterren als Nelly de camera zo hard laat opgeilen dat zelfs de mannelijke extra’s op de set zichtbare erecties krijgen. Hij toont hoe een epische oorlogsfilm van een tirannieke Duitse cineast productioneel een hilarisch gevecht op leven en dood wordt: van castleden die sterven omdat ze dronken doorspiest worden door de props waarmee ze vechten tot losgeslagen paarden die al de beschikbare camera’s op de set vertrappelen. Eigenlijk toont Chazelle vooral hoe knullig Hollywood in zijn begindagen is – zielig zelfs. Zolang het geld blijft binnenstromen mag en kan er alles. Tot Manny, die snel opklimt van assistent tot studiohoofd, opmerkt dat er een nieuwe gevoeligheid is. ‘Mensen geven nu meer om moraal.’


Tobey ‘Spider-Man’ Maguire maakt in 'Babylon' geen al te gezonde indruk
Tobey ‘Spider-Man’ Maguire maakt in 'Babylon' geen al te gezonde indruk

Doodknuffelen of schofferen?


Het is moeilijk om bij zo’n uitspraak niet te denken aan een van de omwentelingen die Hollywood nu doormaakt. Ook vandaag heerst er een nieuwe gevoeligheid en geven mensen meer om moraal. Sommigen beweren dat Amerikaanse film hierdoor op veilig speelt, zijn publiek liever doodknuffelt dan schoffeert. Met zijn drie uur durend extravaganza van seks, drugs en scènes die zo hard schuren met de tijdsgeest dat het pijnlijk wordt, geeft Chazelle die criticaster lik op stuk. Babylon bewijst dat branie en durf nog steeds deuren openen in Hollywood.


In zijn poging om die turbulente tijd zo bedwelmend mogelijk te schetsen, vergeet Chazelle zijn personages uit te tekenen.

Maar branie en durf kunnen ook omslaan in doordrammerij en hoogmoed. Want hoe knap Babylon ook opent met de satirische sfeerschets van early Hollywood, Chazelle overspeelt zijn hand door te veel te willen. In zijn poging om die turbulente tijd zo bedwelmend mogelijk te schetsen, vergeet hij zijn personages uit te tekenen. Ze zijn enkel interessant als ze in hun rol van de holle filmster kruipen. Zelfs als ze hun kwetsbare kant tonen, levert het wel een portie drama op dat ontaardt in een potje projectielkotsen. Gaat het eigenlijk wel over Nelly, Manny en Jacks dromen in kaart te brengen en te vereeuwigen op film, of over sappige anekdotes op celluloid te printen? Deze laatste sterkhouders van stille cinema verdienen een minder oppervlakkig saluut.


Vooral ook omdat de doodsstrijd die Chazelle in Babylon toont – van sterren die tegen hun eigen vergankelijkheid vechten en van een kunstvorm die middels innovatie relevant probeert te blijven – voor hem (en al zijn collega’s in Hollywood) geen ver-van-mijn-bed-show is. Vandaag schuilt het grote gevaar voor sterren en filmmakers niet in geluid, maar wel in de stripfiguren die ze moeten vertolken en regisseren. Superhelden als Batman zijn nu grotere sterren dan de inwisselbare acteurs die hun spandex dragen (vraag maar aan Tobey ‘Spider-Man’ Maguire, die in Babylon geen al te gezonde indruk maakt). Chazelle maakte die omwenteling van een industrie die drijft op originaliteit naar eentje dat teert op intellectuele eigendom vanop de frontlinie mee. Dat hij nu binnen Hollywood een ambitieuze film als Babylon kan maken, die tegen al de huidige tendensen lijkt in te gaan, stemt dan ook tot dromen.



‘Babylon’ van Damien Chazelle speelt vanaf 18 januari 2023 in de Belgische zalen. In Nederland is de film vanaf 19 januari 2023 te zien.

 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.


bottom of page