top of page

Wie vertolkt Brad Pitt in Tarantino’s laatste film?

Bijgewerkt op: 20 feb.

Dit jaar draait Quentin Tarantino zijn laatste film: The movie critic. Net als Once upon a time in… Hollywood zal QT in zijn tiende film feit en fictie aan elkaar rijgen om filmgeschiedenis tot leven te wekken. Daarvoor volgt hij nu een filmcriticus uit de seventies. Dat Brad Pitt deze kritische kijker zal vertolken, lijkt quasi vast te staan. Maar in wiens huid zal hij kruipen?

Brad Pitt in 'Once upon a time in ... Hollywood'
Brad Pitt in 'Once upon a time in ... Hollywood'

Later dit jaar begint Quentin Tarantino aan de opnames van zijn tiende en laatste film – Kill Bill: Vol. 1 en 2 beschouwt hij als één werk. De inmiddels zestigjarige filmfreak achter Pulp fiction heeft altijd gezegd dat hij het daarbij wil houden en lijkt niet van plan zijn woord te breken. Over die film, The movie critic, wordt intussen al hard gespeculeerd. Zelf gaf QT al aan dat het verhaal zich in 1977 afspeelt en rond een filmjournalist van een pornoblaadje draait. Acteur Paul Walter Hauser werd al getipt en ondertussen is ook geweten dat Brad Pitt van de partij zal zijn – toch niet iemand om in een kleine bijrol te steken.


In de huid van welke filmjournalist zal Pitt dan kruipen? En zal het iemand zijn die vroeger ook écht films besprak? Onlangs liet Paul Schrader, First reformed-regisseur en scenarist van klassiekers als Taxi driver en Raging bull, meer details aan zich ontglippen. Tarantino zou hem gevraagd hebben of hij het oorspronkelijke einde dat Schrader voor de film Rolling thunder had geschreven, mocht verfilmen en verwerken in The movie critic. Dat betekent dat feit en fictie weer naadloos in elkaar zullen overvloeien, een favoriet trucje van Tarantino.


Einde van een tijdperk


Of QT naast films ook de geschiedenis weer van een alternatief einde zal voorzien, heeft hij nog niet verklapt. Het heeft er wel alle schijn van, aangezien 1977 zowat het einde betekende van ‘s mans favoriete filmtijdperk. Tarantino heeft zijn bewondering voor de rebelse cinema van ‘New Hollywood’ nooit onder stoelen of banken gestoken. Die beweging begon eind jaren 1960 – velen markeren het baanbrekende Bonnie & Clyde uit 1967 als startpunt – en zette zich door tot de late seventies.


Of QT naast films ook de geschiedenis weer van een alternatief einde zal voorzien, heeft hij nog niet verklapt. Het heeft er wel alle schijn van.

Nadat censuur en een kluwen van morele regeltjes aan banden werden gelegd, werden films ‘stouter’. Seks, drugs en geweld mochten plots op een groot scherm getoond worden. Die verandering was welkom, want de filmindustrie was al een tijdje zoekende. Het jonge, naoorlogse publiek was niet geïnteresseerd in oubollige films die teruggrepen naar vroeger. Sociale en politieke bewegingen, van de Civil Rights Movement tot de Vietnamoorlog, dát hield hen bezig.


Enkele peperdure flops van gevestigde waarden maakten plaats voor goedkopere ideeën van frisse krachten. William Friedkin, Martin Scorsese, Francis Ford Coppola, Steven Spielberg, Sam Peckinpah en ga zo maar door. Met onder meer de Franse Nouvelle Vague als inspiratiebron durfden zij vlijmscherpe maatschappijkritiek serveren, met moreel onvolmaakte personages. Zij maakten films die stemden tot nadenken, vaak vermomd als grenzeloos entertainment.


Cinema transformeerde toen van platgespeelde pop tot experimentele jazz met meer dan een vleugje rock ‘n roll. En dat kon de jonge tiener die Tarantino toen was wel smaken.


Voor sommigen is flop der floppen Heaven’s gate uit 1979 het einde van die gouden cinemaperiode. Voor anderen is het de terugkeer van de nobele held die tegen het kwade vecht, zoals in Star wars, dat uitgerekend in 1977 de zalen platspeelde. In datzelfde jaar snoepte het brave Rocky de Oscar voor beste film af van typische New Hollywoodfilms Network en Taxi driver. Is het de droom van Tarantino om in zijn ultieme film de vrijzinnige seventies-cinema alsnog te redden?


Brad Pitt in 'Inglorious bastards'
Brad Pitt in 'Inglorious bastards'

Pauline of toch Roger?


Tarantino’s boek Filmspeculatie van twee jaar geleden was alvast een ode aan New Hollywood. Geïnspireerd door het werk van filmrecensent Pauline Kael, pende hij snedige essays neer over zijn favoriete seventiesfilms. Kael was wellicht de invloedrijkste criticus van die tijd. Met haar essays zette ze regelmatig het establishment in haar blootje. De filmpagina’s van The New Yorker waren vanaf 1968 haar vaste stek voor het ophemelen van vernieuwende, intellectueel prikkelende films en het neersabelen van heilige huisjes. Ze prees het bloederige The wild bunch van Sam Peckinpah en het debuut van Scorsese, Mean streets, de hemel in en tegelijk noemde ze The sound of music ‘a sugarcoated lie’.


Als er al een schrijversequivalent bestaat voor het bandeloos stukslaan van een Rickenbacker op een podium, dan was het wat Pauline Kael deed.


Is The movie critic gebaseerd op Pauline Kael? Volgens Tarantino niet.

Is The movie critic gebaseerd op Pauline Kael? Volgens Tarantino niet. Hij spreekt enkel over die snuiter van dat vergane pornoblad, iemand zoals de onbekende filmcriticus en porno-historicus William Mangold wiens naam ooit viel tijdens een van Tarantino’s eerste Video Archives-podcasts. Nochtans klinkt het aannemelijk dat zijn hoofdpersonage ook trekjes van zijn favoriete filmauteur zal vertonen.


Maar Kael was natuurlijk niet de enige die destijds filmkritiek sexy maakte. Roger Ebert, die scherpe analyses combineerde met humor, was minstens even invloedrijk. Ebert bracht zijn mening over films in de Chicago Sun-Times, maar ook op televisie, samen met collega Gene Siskel. Hun programma’s waren zo populair dat ze soms bepaalden of een film al dan niet zou scoren in de Noord-Amerikaanse zalen.



Filmspeculatie


Kael en Ebert waren slechts twee van de velen. De geletterde Andrew Sarris, bijvoorbeeld. Hij bracht de Franse auteur-theorie de plas over in een tijd dat jonge cineasten die toepasten. Leonard Maltin was dan weer een toonaangevende tv-collega van Roger Ebert als vaste reviewer van Entertainment Tonight. Andere filmfilosofen waren historicus Peter Biskind, auteur van het prestigieuze Easy Riders, Raging Bulls, de excentrieke Gene Shalit of de eerder genoemde Paul Schrader.


Stuk voor stuk waren zij gerespecteerde stemmen waar het publiek rekening mee hield voor ze zich naar de bioscoop begaven. Hun kritische, vaak rebelse meningen pasten als gegoten in een tijdgeest waarin de VS – en de rest van het Westen – met zichzelf worstelde.


Misschien wordt het laatste werk van de meester ook wel zijn meest introspectieve. Tarantino is namelijk zélf ook een fanatiek criticus.

Het zou zomaar kunnen dat The movie critic een mengelmoes is van al die kritische stemmen. Of geen enkele. Misschien wordt het laatste werk van de meester ook wel zijn meest introspectieve. Tarantino is namelijk zélf ook een fanatiek criticus. De drang om zijn stempel op de filmgeschiedenis te drukken uit zich niet alleen op het scherm. Zo bewees hij met Filmspeculatie, maar bijvoorbeeld ook in zijn podcast The Video Archives, waarin hij samen met collega-scenarist en -regisseur Roger Avary films van allerhande pluimage bespreekt.


Misschien verandert Tarantino voor zijn ultieme werk van perspectief. Richt hij de camera niet naar de wereld, maar naar zichzelf. Het afscheid van een man die cinema ademt, een man die het medium vlotjes naar zijn hand heeft weten te zetten. Het zou van The movie critic een passende bekroning maken op een schitterende carrière.


De release van 'The movie critic' staat gepland voor 2025.

 

Lees je onze interviews, recensies en artikels graag? Waarom ons niet steunen voor €5, €10, €25 of €50? Schrijf je hier in op onze wekelijkse nieuwsbrief.




bottom of page