• Fien Meynendonckx

Het gevaar is niet zichtbaar in ‘The invisible man’

Bijgewerkt op: jul 30

Hoe is het om onzichtbaar te zijn? Dat vroegen al meerdere tv- en filmmakers zich af sinds het verschijnen van de roman De onzichtbare man van H.G. Wells in 1897. Regisseur Leigh Whannell keert dit om in The invisible man en wil weten hoe het voelt om getroffen te worden door verborgen gevaar. Die metafoor is niet subtiel, maar schetst wel doeltreffend hoe slachtoffers van huiselijk geweld genegeerd en gewantrouwd worden.


Molly Gordon en Rachel Sennott in 'Shiva baby' (© Mubi)
Elisabeth Moss in 'The invisible man'

In de benauwende eerste scène van The invisible man onderneemt een vrouw een tot in de puntjes voorbereide ontsnapping. Die eerste bloedstollende minuten, waarin Cecilia (Elisabeth Moss) op haar tenen en zichtbaar doodsbang naar de voordeur sluipt, zouden niet misstaan in een gevangenisthriller, maar de cel in kwestie is een peperdure villa aan de Amerikaanse Westkust. We krijgen nooit te zien hoe ze mishandeld wordt door haar techneut-miljonairlief Adrian. Maar haar minutieus geplande vlucht zegt genoeg. Ze hoeft geen woord te zeggen, en we geloven meteen dat haar situatie onhoudbaar was.


Dat ze weinig hoeft te zeggen, is geen probleem voor Elisabeth Moss. De actrice weet meer emotie en misère uit te drukken met haar ogen en verbeten mond dan menig acteur in drie pagina’s dialoog. Ze is ondertussen zo’n beetje de patroonheilige geworden van de onder-het-patriarchaat-lijdende-vrouw. In Mad men speelde ze Peggy Olsen, die moest weten te overleven in de seksistische reclamewereld van de jaren 1950 en 60. In The handmaid’s tale is ze June, die samen met andere vrouwen de vreselijkste martelingen ondergaat na een staatsgreep door een streng religieuze groepering. En in The invisible man is ze een slachtoffer van huiselijk geweld dat niet geloofd wordt wanneer ze zegt dat haar kwelgeest haar blijft lastigvallen – hoewel hij door iedereen dood gewaand wordt.


Sinds Mad men en The handmaid's tale is Elisabeth Moss zo'n beetje de patroonheilige van de onder-het-patriarchaat-lijdende-vrouw.

Het slimme van The invisible man is dat je als kijker snapt waarom niemand haar gelooft. Je zou dat immers zelf ook niet doen. Dat plaatst je in de schoenen van degene die de ervaringen van het slachtoffer ontkent, van de gaslighter.



Twijfel zaaien


Er is sinds het verschijnen van The invisible man al veel verteld over hoe de film een perfecte verbeelding is van gaslighting. Die term, afgeleid van George Cukors film Gaslight (1944), slaat op een vorm van emotionele manipulatie die het slachtoffer doet twijfelen aan de waarachtigheid van haar ervaringen. In Gaslight overkomt het Ingrid Bergmans personage. Haar echtgenoot dimt bijvoorbeeld soms de gaslichten, en ontkent vervolgens dat hij daar iets mee te maken heeft.


Elisabeth Moss in 'The invisible man'
Elisabeth Moss in 'The invisible man'

Gaslighting is een veelgebruikte methode door narcisten in gewelddadige relaties, maar gebeurt ook op grotere en maatschappelijke schaal. Het is de manier waarop collectief de ervaringen ondergewaardeerd worden van bijvoorbeeld mensen op de vlucht of trans en non-binaire personen. Die ondermijning van ervaringen, doet (groepen van) mensen twijfelen aan zichzelf en zich tenslotte onveilig voelen. Want vertrouwen op onze ervaringen, onze zintuigen, is het enige wat we hebben om onszelf veilig te stellen, om onze reacties op bedreigingen mee vorm te geven.


Is dat misschien waarom onze zintuigen zich tegen ons lijken te keren in de horrorfilms van de afgelopen jaren? 



De samenzwering


Voor The invisible man waren er Bird box en A quiet place, waar nu ook het vervolg van in de zalen speelt. In de A quiet place-films vallen buitenaardse wezens aan wanneer je ook maar het minste geluid maakt. In Bird box moeten de personages geblinddoekt door het leven om te voorkomen dat ze gek worden na het zien van een monster – dat de hele film buiten beeld blijft.


Films als The invisible man tonen aan dat de gemeenschappelijke ervaring wél bestaat.

Die focus op onze zintuigen valt niet toevallig samen met deze periode van wantrouwen in de medemens en onduidelijkheid over wat écht is. Het wordt voor velen steeds moeilijker om te weten wat waar is, en wie gelijk heeft. Vraag dat maar aan de talrijke samenzweringstheoretici die niet meer alleen rondzwerven in de krochten van het internet, maar gewoon over straat kuieren.


Gelukkig zijn daar dan films als The invisible man, die niet alleen meeslepend en wraakroepend zijn, maar vooral aantonen dat de gemeenschappelijke ervaring wél bestaat. Je moet maar in de zaal zitten tijdens een vertoning van A quiet place 2 of The invisible man. Naast de film is het enige geluid dat je hoort, dat van een collectief ingehouden adem. En na de catharsis, dat van één gesynchroniseerde zucht van verlichting: er is nog hoop.



The invisible man is nu te zien in De Cinema in Antwerpen, op Streamz of via VOD.



Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.