• Ruben Aerts

‘Ik had gerust veel verder willen gaan in mijn vertolking’

Bijgewerkt op: sep 17

In The man who sold his skin neemt de Tunesische filmmaakster Kaouther Ben Hania onze Westerse omgang met migranten op de korrel. Koen De Bouw duikt op in een kleurrijke bijrol. Hij geeft gestalte aan de kunstenaar die een jonge Syriër als zijn canvas gebruikt. ‘We leven in een wereld waarin de dingen volledig op z’n kop staan.’


Koen De Bouw zet als kunstenaar een rugtattoo waar niet naast te kijken valt.
Koen De Bouw zet als kunstenaar een rugtattoo waar niet naast te kijken valt.

Sam Ali, een jonge Syriër, wil zijn geliefde naar Europa volgen. Alleen heeft hij niet het visum om te mogen reizen. Maar met de tattoo van een bejubeld artiest op zijn rug zal hij een kunstvoorwerp zijn. Dan zal hij wel die vrijheid hebben. Het is een cynische realiteit die Kaouther Ben Hania aan de kaak stelt in The man who sold his skin, de film die Tunesië pas nog een Oscarnominatie opleverde.


‘Het idee van een man die pas toegang krijgt tot de rest van de wereld nadat hij een kunstvoorwerp werd, dat sprak me meteen aan’, zegt Koen De Bouw over de telefoon, daags voordat de film bij ons in de bioscopen landt. ‘Ik voel dezelfde verbouwereerdheid wanneer ik een geldwagen opmerk in het straatbeeld en vast moet stellen hoe geld politiebegeleiding krijgt. Een ambulance waar misschien wel een stervende mens in ligt, die krijgt zo’n escorte niet. Terwijl hij zo nochtans sneller het ziekenhuis kan bereiken. Is geld belangrijker dan een mensenleven? Daar lijkt het wel op.’


Zijn we als maatschappij onze menselijkheid aan het verliezen?

Koen De Bouw: ‘Toch wel. Iedere dag wordt onze samenleving op de proef gesteld, wat op zich niet problematisch hoeft te zijn. Zo kan ze immers haar menselijkheid bewijzen. Ik denk ook dat dat nodig is. Sommige zaken zijn zo vanzelfsprekend dat we vergeten dat ze dat niet zijn. Tegelijk moet je vaststellen dat we leven in een wereld waarin de dingen volledig op z’n kop staan.’


Dat laat The man who sold his skin goed zien. Het is moeilijk om er niet cynisch van te worden.

‘Alleen leidt cynisme nergens toe. De film is een satire, wat een manier is om aan de meest vreselijke gebeurtenissen en emoties een stem te geven. Kaouther (Ben Hania, de filmmaakster, red.) heeft het genre op een heel wijze manier ingezet. Ze weet zo verdriet en woede te kanaliseren. Met cynisme schiet je immers niets op. Het is destructief, het absolute einde van alles.’


Kan satire dan een uitkomst bieden?

‘Dat geloof ik wel. Kijk naar iemand als Kamagurka, een meesterlijk tekenaar en schilder die nooit met de vinger wijst of cynisch is. Hij trekt de dingen uit hun context en herkadert. Dat is voor mij zelfs een manier om, welja, te overleven. Je kan jezelf herbronnen en kritisch naar de dingen kijken. Maar durf je er ook door te laten amuseren. Durf te lachen met de dwaasheid van wie we zijn en wie de ander is.’


Koen De Bouw in 'The man who sold his skin'.
Koen De Bouw in 'The man who sold his skin'.

Cineaste Kaouther Ben Hania, die zelf het scenario schreef, liet zich voor de film inspireren door Wim Delvoye en zijn ‘Tim’, een werk dat hij tatoeëerde op de rug van een man. Een levend kunstwerk dat later werd verkocht voor 150.000 euro. Hij is iemand die al eens graag in de kijker loopt door een statement te maken. Zelf doe je dat liever niet.

‘Toch geen politieke statements, omdat je je daarmee volledig klem zet. Wat ik belangrijk vind, is dat ik in mijn leven voortdurend beweeg en evolueer. Ik kijk graag naar topics die hot zijn in de wereld, om daar vervolgens mijn gedachten in te laten weken. Statements maken doe ik dan ook liefst via een personage of een verhaal. Dat is mijn medium. Ik ben daar graag zo trouw mogelijk aan.’


Jouw rol als flamboyante kunstenaar is een bijrol. Zulke rollen worden weleens onderschat. Wat maakt ze voor jou interessant, misschien zelfs interessanter dan een hoofdrol?

‘De verantwoordelijkheid van een hoofdrol is erg groot. Ik heb daar vaak voor gekozen, maar soms is het een opluchting om naar een lagere versnelling te kunnen schakelen. Het is al eens fijn om naar huis te kunnen gaan in de vroege namiddag. Een hoofdrolspeler is er zo snel niet van af. Reken op veertig à vijftig draaidagen, van ’s ochtends tot ’s avonds en soms zelfs ’s nachts. Dat weegt. Ook de verwachtingen zijn anders. Soms is dat moeilijk om mee om te gaan. Een bijrol is dienstige rol. Je geeft de voorzet, en zonder goede voorzet kan er uiteraard niet gescoord worden.’


Anderzijds kan een figuur zoals deze kunstenaar al snel het middelpunt worden, terwijl het verhaal niet om hem draait.

‘Dat was soms een moeilijk evenwicht. Je zit met een personage dat erg tot je verbeelding spreekt en je hebt niet al te veel scènes om dat duidelijk te maken. De kijker moet zo snel mogelijk weten wie of wat hij voor zich heeft. Tegelijk mocht hij niet zo excentriek worden dat de andere personages naast hem zouden verbleken. Al had ik gerust nog veel verder had willen gaan in hoe ik hem heb neergezet.’


'Met cynisme schiet je niets op. Het is destructief, het absolute einde van alles.'

Dat klinkt alsof ze jou hebben moeten intomen.

(lacht) ‘Weet je, Kaouther houdt erg van improvisatie. Dat ging zo ver dat ze me geregeld uit het hotel liet bellen om naar de set te komen en wat te improviseren. Het kon voor haar niet ver genoeg gaan. Dus dat doe je dan ook, maar achteraf ga je dan soms toch hopen dat ze het maar niet zou gebruiken.’


Waarom?

‘Omdat wat je tijdens zo’n improvisatie doet alle kanten uitgaat. Shameless goed en schaamteloos slecht. Door het toch te proberen, stel je je uiterst kwetsbaar op. Zo had Kaouther voorgesteld dat ik tijdens de receptiescène plots het haar van Monica (Belluci, red.) zou opeten. Of Monica daarvan wist, vroeg ik. Dat bleek niet zo te zijn. ‘Ga je gang maar’, fluisterde Kaouther. Maar het voelde niet goed toen ik dat deed. Het klopte niet. Ik heb achteraf mijn excuses aangeboden aan Monica, die erom kon lachen en trouwens gewoon was blijven verderspelen. Wat ik wil zeggen: als zo’n improvisatiemoment anders uitpakt dan gehoopt, is het bang afwachten wat er nadien mee gebeurt.’


Daar heb je geen inspraak in?

‘Nee, je moet erop vertrouwen dat ze de juiste keuzes maken. Zo heb ik in de scène waarin ik een puist verwijder op de rug van hoofdrolspeler Yahya Mahayni staan roepen en tieren in het Nederlands, op vraag van Kaouther, omdat het toch niet te horen zou zijn in de film. Tot ze vond dat het best leuk klonk. Maar wat ik had gezegd, sloeg nergens op. Ik wilde het niet in de film. Kaouther heeft me er tot het laatste moment mee geplaagd door in het midden te laten of ze daar rekening mee zou houden. Wat maakte dat ik bij de wereldpremière in Venetië behoorlijk nerveus was.’



Oscarnominatie


Eerder dit jaar werd The man who sold his skin genomineerd voor een Oscar in de categorie Beste internationale film. Dat was een hele eer voor Tunesië en Kaouther Ben Hania, voor wie het nog maar haar tweede langspeelfilm was. Maar of het de Belgische acteur kansen heeft opgeleverd, is moeilijk te zeggen. ‘De nominatie kwam er in volle coronatijd. Heel wat producties hebben daar hinder van ondervonden. Dat maakt het nog moeilijker om dat te toetsen. Anderzijds begint de film ook pas nu de wereld rond te gaan.’


Intussen blijft De Bouw volop bezig. Onlangs was hij nog te zien in reeksen als Glad ijs en Red light. Hij stond op de set van L’inconnu(e), de nieuwste film van Peter Monsaert (Le ciel Flamand), waarin hij naast Ruth Becquart en Sebastien Dewaele te zien is. Nochtans leek het enkele jaren geleden nog of we hem kwijt waren aan de VS. De Bouw was er te zien in de reeks The last tycoon, naast acteurs als Matt Bomer, Kelsey Grammer en Rosemarie DeWitt. Maar het bleef bij één seizoen.


Een tijdje heb je toen Hollywood actief nagejaagd. Is die ambitie er nog steeds?

‘Dat is nooit een ambitie geweest. Het waren eerder dingen die een beetje automatisch op mijn pad zijn gekomen. Meestal komt dat door werk dat circuleert en beland je zo op een casting. Eigenlijk is het eerder een ambitie om zo dicht mogelijk bij huis te kunnen werken - en dat meen ik oprecht. Hier zijn genoeg jonge, nieuwe talenten. Als acteur wil ik dat mee ondersteunen.’


Maar je profileert je wel internationaal. Anders had je nooit een rol gehad in deze film.

‘Een buitenlands management ‘vraagt’ je. Daar stap je niet zelf zomaar binnen. En ik ben op hun uitnodiging ingegaan, ja. Zij krijgen dan gewoonlijk een voorstel binnen op basis van werk dat een maker of producent van je heeft gezien. Tegenwoordig is dat Professor T, want die reeks heeft de hele wereld rondgereisd. Het helpt natuurlijk om ervoor te zorgen dat er meer verhalen op je afkomen. Je leert dankzij internationale projecten dat zo’n reeks als The last tycoon over de luxe van een writersroom beschikt. Twaalf schrijvers werken er samen aan één aflevering, terwijl het bij ons één schrijver is alle twaalf afleveringen pent.’


'The man who sold his skin'
'The man who sold his skin'

Dat is eraan te merken?

‘Soms wel. Daarom dat ik er als Master van Filmfestival Oostende de nadruk op wil leggen: niet enkel moeten we films maken die ertoe doen. Scenaristen moeten we ook de mogelijkheden geven - financieel ondersteunen dus - om dat zo goed mogelijk te doen. Ook de thema’s mogen wat breder gaan. Het zou helpen om meer bewustzijn te creëren over wat speelt in de wereld.’


Film als een manier om de wereld beter te begrijpen.

‘Absoluut. Om kaders te openen en nieuwe inzichten te geven. En dat door thema’s aan te snijden die onder de radar zijn gebleven. Om zo discussies op gang te brengen. Voor een publiek dat bereid is om anders naar de wereld te kijken.’


De regisseuse houdt erg van improvisatie. Het kon voor haar niet ver genoeg gaan. Dus dat doe je dan ook. Maar achteraf ga je soms toch hopen dat ze het maar niet zou gebruiken.’

Is het dat wat acteren voor jou nog steeds boeiend maakt?

‘Het heeft ook te maken met hoe veranderlijk de dingen zijn. Of hoe veranderlijk ze mogen zijn. Ik vind het leerzaam om met jonge mensen te werken, net omdat zij de dingen op steeds andere en nieuwe manieren in vraag stellen. Een brandfilm die door een vrouw gemaakt is, bijvoorbeeld? Die wil ik wel zien. Hoe belangrijk was het dat Wonder woman door een vrouw (Patty Jenkins, red.) geregisseerd werd? En The man who sold his skin door Kaouther Ben Hania? Van essentieel belang.


Moet Jan Verheyen, die van het VAF een miljoen euro kreeg voor zijn spektakelfilm over de brand in de Brusselse Innovation in 1967, dan plaatsmaken voor een vrouw?

‘Het is natuurlijk niet aan mij om daarover te beslissen of te oordelen. Maar moest een talentvolle vrouwelijke regisseur dat scenario of dossier hebben ingediend, dan kan ik alleen maar hopen dat er vanuit het VAF met een open en frisse mind naar zou worden gekeken. Maar daar heb ik alle vertrouwen in.’


'The man who sold his skin' is te zien in de bioscoop.


Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.