• Ruben Aerts

'All is lost': Enkel wie opgeeft, is reddeloos verloren

Bijgewerkt op: jul 15

In het quasi woordeloze All is lost uit 2013 staat Robert Redford er alleen voor. Aan boord van een lekke zeilboot in het midden van de Indische Oceaan. Het is maar zelden gebeurd dat een filmmaker even veel durf toont als zijn protagonist.


Robert Redford in 'All is lost'
Regen op zijn snoet, haren in de wind: Robert Redford in 'All is lost'

Nog voor hij in beeld komt, horen we zijn stem. Hij spreekt zonder aarzelen, onbewogen. ’Het spijt me.’ Aan het woord is een man die afscheid neemt in wat een brief moet zijn. ‘Ik heb het geprobeerd. Om eerlijk te zijn en sterk. Om aardig te zijn. Om lief te hebben, om rechtvaardig te zijn. Maar ik was het niet, en ik weet dat jij dat wist, op jouw manier. En dat spijt me.’


Dan: acht dagen eerder. De man die we net nog hoorden, schrikt op uit zijn slaap – het is klaarlicht. Het water gutst de kajuit van zijn zeilboot binnen. Rustig legt hij een notitieboek aan de kant en gaat naar het dek. Even lijkt het een aanlegsteiger, maar dan begrijpen we: het is een dobberende vrachtcontainer die in botsing is gekomen met zijn boot en de romp heeft opengehaald. Hij denkt en handelt: haalt het zeil naar beneden, probeert vervolgens met een staaf zijn schuit los te wrikken. Zonder succes. Hij denkt, secondelang, daalt dan af naar de kajuit. Paniek is er niet bij, zelfs geen uitgesproken gejaagdheid.


All is lost is geen flitsende film vol spektakel. Evenmin geeft Robert Redford gestalte aan het soort figuur dat je in een verhaal over overlevingsinstinct zou verwachten. Hij denkt en handelt dan wel oplossingsgericht. Zijn heldhaftigheid tonen zit er niet in. Deze man is immers geen Hollywoodheld. Zijn vastberadenheid blijft onuitgesproken – in elke betekenis. Ook stoer, natuurlijk.



Bankierszoon


De Amerikaanse filmmaker J.C. Chandor was geen zuiver groentje toen hij in 2012 drie maanden met Redford op de set stond – voornamelijk in de Baja-studio’s in Mexico, destijds gebouwd om Titanic op te nemen. Een jaar eerder had hij als bankierszoon zijn debuut gemaakt met Margin call, dat met A-listers als Jeremy Irons en Kevin Spacey verhaalde over een bewogen nacht voor een investeringsbank aan de vooravond van de financiële crisis. Wat Chandor als scenarist uit het niets een Oscarnominatie opleverde. In 2014, een goed jaar na All is lost, was er al meteen een derde film: A most violent year, over de geweldgolf in het New York van 1981, waar een ambitieuze latino zijn stinkende best doet om zijn business en zijn naam zuiver te houden. Maar de perceptie zit hem niet mee.


J.C. Chandor is geen vrijblijvende filmmaker. Hij heeft het graag heeft over onze bedenkelijke kantjes.

Drie films in een vingerknip van een kleine vier jaar, waarmee Chandor bewees dat hij een van de meest beloftevolle en eigenzinnige, jonge auteurs van Hollywood is. Een notoire keikop bleek hij ook te zijn, iemand die vecht voor zijn projecten. Liever nog geeft hij er de brui aan dan een film af te leveren die een compromis is met de studiobonzen. Om die reden keerde hij zich af van Deepwater horizon, de film met Mark Wahlberg over het boorplatform dat in 2010 zorgde voor een olieramp voor de Golf van Mexico.


Chandor is geen vrijblijvende filmmaker. Hij heeft het graag heeft over onze bedenkelijke kantjes. Hoe we verderfelijk gedrag goedpraten door te zeggen dat anderen precies hetzelfde doen (in Margin call). Wat we onszelf voorliegen (in A most violent year). Hoe we soms weigeren de feiten, die zijn wat ze zijn, onder ogen te zien: de toestand is hopeloos verloren (in All is lost dus).


Deze man op zijn zeilboot stelt alles in het werk om maar niet te zinken. Hij wil koste wat kost een catastrofe voorkomen, net zoals de heren in de twee andere films van de maker. Het verhaal speelt zich dan ver van de bewoonde wereld af. Toch laat Chandor het niet na om commentaar te leveren op ons kapitalistisch maatschappijmodel. Hoe moet je het anders lezen als zo’n man, die zich midden op zee terugtrekt en de wereld de rug toekeert, vervolgens te pletter vaart op een container vol eendere spullen, mogelijk achteloos besteld tijdens een rondje online shoppen. Het kan haast niet cynischer.


Robert Redford in 'All is lost'
Redford in 'All is lost', toen de zee nog rustig was.

Onze man


Redford is de man voor de rol. Zijn carrière had er vast anders uitgezien zonder die onwankelbare, warme uitstraling van hem, die mateloze koel. Die kwam hem goed van pas in een westernrol als Jeremiah Johnson in die gelijknamige Sydney Pollack-film uit 1972, maar ook Jay Gatsby deed er twee jaar later in The great Gatsby zijn voordeel mee. In All is lost is de acteur haast niet te peilen. Het heeft ermee te maken dat we niets weten over hem. Niet zijn achtergrond, waar hij vandaan komt of waarom hij de tocht onderneemt. Niet waarom hij zo moederziel alleen is. Was dat een keuze? De brief aan het begin suggereert alleszins dat hij een partner heeft (en mogelijk ook kinderen).


Toch zit het hem niet alleen daarin, of in het feit dat hij naamloos blijft (in de credits staat hij als ‘our man’). Wat hem zo moeilijk te lezen maakt, is zijn beheerste houding. Zijn hart staat geen tel stil om wat hem overkomt, hij moet niet naar adem happen. Heeft hij zulke tochten al vaker gemaakt? Kijkt hij terug op een leven van risico’s nemen en is dit voor hem de gewoonste zaak? Chandor mag het weten, want hij schreef zelf het scenario, zoals hij dat voor elk van zijn films gedaan heeft.


Wat All is lost achterwege laat in dialogen en historiek, compenseert Chandor op een sublieme manier door te toveren met stiltes en geluid.

Less is more, kan je dan zeggen. De Amerikaan maakt indruk door de radicaliteit waarmee hij deze vertelling ontdoet van elementen die het voor de kijker makkelijker zouden maken om met deze man te sympathiseren. Wij zitten met zijn onpeilbaarheid opgescheept, zoals hij zich op zijn beurt moet neerleggen bij een toestand die schijnbaar hopeloos is. Hoewel hij dat weigert te doen.


Wat de film achterwege laat in dialogen en historiek, compenseert hij op een sublieme manier door te toveren met stiltes en geluid. Chandor zet je nadrukkelijk samen met Redford op het tegen zijn boot klotsende water. Redfords ademhaling is hoorbaar, maar zonder dat het afleidt – hij stond erop om die achteraf opnieuw op te nemen zodat het helemaal juist zou zitten. Het is immers een cruciaal element dat overbrengt hoe hij het allemaal beleeft. Geen wonder dat de film zoveel erkenning kreeg voor de geluidsmontage – onder meer met een Oscarnominatie.



Wilson! Wilson!


All is lost is lang niet de eerste film die kiest voor de eenvoud van een personage afgezonderd op een locatie. Maar Redford nauwelijks laten spreken maakt Chandor wel tot de grootste lefgozer onder deze makers. In Cast away is Tom Hanks in het gezelschap van Wilson, een volleybal die hij het leer van de bal kletst. Ook Arctic, het overlevingsverhaal uit 2018 met Mads Mikkelsen, laat na een kwartier al een tweede vliegtuig uit de lucht vallen op de Noordpool. Zo heeft de Deen iemand om voor te zorgen, tegen te praten. In de Irakfilm The wall tatert Aaron-Taylor Johnson dan weer de hele tijd domweg tegen zichzelf.


Dialogen of monologen geven niet alleen inzicht in wie personages zijn, het geeft de kijker ook houvast. Zo kan hij zijn aandacht ergens op richten. Zonder woorden wordt een film uitdagender. De kijker moet zelf speuren naar elementen die hem iets meer vertellen over wat er gebeurt of hoe de protagonist de dingen ervaart.


Maar Redford laat als ‘onze man’ amper in zijn kaarten kijken. Op dan dat ene moment na, want soms zitten de dingen mee maar soms werkt alles ook flink tegen. Het is op zo‘n moment dat het hem allemaal even te veel wordt. Zijn strijd tegen de elementen voelt dan zo ongelijk dat gevoelens van frustratie en machteloosheid zich opbouwen. Hij verliest zijn zelfbeheersing en schreeuwt. Of eerder: vloekt, luid en voluit. Een uitgesproken emotie, dan toch! Een kreet als ultiem verzet. Enkel wie opgeeft, is reddeloos verloren.


'All is lost' is beschikbaar via Google Play, YouTube en de lokale bib.



Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.