• Alain Beerens

Een kille parel onder de permafrost

Een expeditieteam vindt op Antarctica een ongewoon wezen in een ruimtetuig dat jaren begraven zat onder een dikke ijslaag. The thing from another world is een kille horrorklassieker uit 1951, die verrassend actueel uitpakt. Howard Hawks (The big sleep, Rio Bravo) zette er destijds de schouders onder als producent. Jaren later maakte John Carpenter een gesmaakte remake met Kurt Russell.


Een beeld uit 'The thing from another world'.
Een beeld uit 'The thing from another world'.

‘Het script van de door Winchester Pictures voorgestelde productie The Thing is geëvalueerd en helaas moeten we meedelen dat de samenwerking niet kan worden verlengd aangezien het verhaal draait om vliegende schotels en hun mogelijke inhoud.'


Met die korte riedel zag de US Air Force af van een samenwerking met Howard Hawks zijn productiehuis voor diens film The thing from another world (1951). De militaire basis in Alaska leek Hawks – iconisch als filmmaker van klassiekers als The big sleep en Rio Bravo – de ideale setting voor zijn horrorfilm die zich op de Noordpool afspeelt. Maar dat liep anders dan gepland. Het Pentagon, dat destijds wel vaker legermateriaal ter beschikking stelde van de filmindustrie, liet liever niet uitschijnen dat ze het bestaan van vliegende schotels erkende. Het liet Hawks Siberisch koud en hij verhuisde de productie prompt van Alaska naar Glacier National Park in Montana.



Sciencefiction uit de startblokken


Het groeiende succes van sciencefictionmagazines na de Tweede Wereldoorlog was de maker niet ontgaan en hij zag in het speculatieve genre een nieuwe markt voor Hollywood. Dat was andere filmstudio’s ook opgevallen, want in die hoogdagen konden filmfans zich in de cinema vergapen aan Destination moon (1950), The day the earth stood still (1951), The man from planet X (1951) en meer scifi-fraais.


Meer dan zeventig jaar na datum blijkt de film verrassend actueel. Je treft er geen scream queens die zich de kop van het lijf gillen, evenmin macho’s die er zo dag redden.

‘De komst van dit type film opent een enorme verhalenmarkt. Omdat ze gaan over het onbekende, maken ze nieuwe en andere plotstructuren mogelijk', liet Hawks later optekenen. Met dat idee in het achterhoofd griste hij de rechten op van Who goes there?, een ijzingwekkend horrorverhaal van John W. Campbell Jr. uit 1938, waar zijn klassieker zich op baseert.


Het verhaal – in 1982 door John Carpenter verfilmd als The thing – vertelt hoe een expeditieteam op de Zuidpool een buitenaards ruimteschip vindt dat al twintig miljoen jaar bevroren zit in het ijs. Wanneer de piloot van het tuig ontdooit en weer tot leven komt, breekt al snel de hel los. Het wezen met blauw haar, tentakels, drie rode ogen en groen bloed, kan het lichaam en de persoonlijkheid van levende wezens overnemen. De wetenschappers halen alles uit de koelkast om een volledige invasie van de aarde te vermijden.


Een beeld uit 'The thing from another world'.
Een beeld uit 'The thing from another world'.

In het pré-CGI tijdperk bleek die wirwar van ogen en tentakels praktisch onhaalbaar. Talloze experimenten met schuimrubberen voorhoofden, latex klauwen en groene verf later, werd gekozen voor een menselijker ogend gedrocht – een rol die acteur James Arness met verve vervult.. Deze blonde reus zou later wereldfaam vergaren als marshall in de langlopende tv-serie Gunsmoke.


Het schuimrubberen voorhoofd bleek niet erg geloofwaardig in close-ups. Een meevaller, achteraf gezien. In plaats van het kind met het smeltwater weg te gooien, ging regisseur Christian Nyby aan de slag met wijde lenshoeken, donkere belichting en sporadische glimpen van het monster. Stuk voor stuk elementen die de spanning er doorheen de film inhouden.


Regisseurs als Ridley Scott en Tobe Hooper noemen het voor hen een van de meest invloedrijke films die ze zagen. Dat zie je ook in hun werk.

Het script onderging nog andere aanpassingen in vergelijking met Campbells novelle. Het monster kan hier de gedaante en persoonlijkheid van andere mensen niet overnemen – iets wat in Carpenters remake van 1982 werd rechtgezet – en de actie speelt zich af op de Noordpool in plaats van Zuidpool.

Naast gruwel-van-dienst James Arness werd gekozen voor een rist B-acteurs als cast. Nyby en Hawks vreesden dat bekende Hollywoodsterren in de hoofdrol alleen maar de aandacht zouden afleiden van het verhaal – en het productiebudget als sneeuw voor de zon zou doen smelten. Ondanks hun minder roemrijke status leverden Kenneth Tobey (Capt. Patrick Hendry), Margaret Sheridan (Nikki Nicholson), Robert Cornthwaite (Dr Arthur Carrington) en Douglas Spencer (Ned Scott) een fraai staaltje acteerwerk af als voornaamste castleden.



Verrassend actueel


Meer dan zeventig jaar na datum blijkt de film verrassend actueel. Je treft er geen scream queens die zich de kop van het lijf gillen, noch macho’s die de dag redden. Moedige mannen en vindingrijke vrouwen bieden samen het hoofd aan de buitenaardse dreiging en vuren 87 minuten lang spitsvondige dialogen op elkaar af. Zonder al te veel uitleggerige scènes met wetenschappelijk jargon.


Het schuimrubberen voorhoofd bleek niet erg geloofwaardig in close-ups. Een meevaller, achteraf gezien.

De film focust ook niet op het monster, wat voor de horrorfilms van die periode nochtans de gewoonte was. Eerder laat het zien hoe het groepje wetenschappers en soldaten omgaat met de dreiging.


Het enige gedateerde waar je de vinger op kan leggen is het feit dat slechts één personage voor het monster pleit. ‘The only crimes involved were those committed against him – attacked by dogs – shot by a frightened man,’ aldus Dr. Carrington. Iedereen haalt er de schouders bij op en luttele momenten later worden de bijlen, vlammenwerpers en geweren van stal gehaald.



Alien avant la lettre


Regisseurs Ridley Scott (Alien, Gladiator), John Frankenheimer (The Manchurian candidate), Tobe Hooper (The Texas chainsaw massacre) en John Carpenter (Halloween, Escape from New York) bestempelen The thing from another world als een van de meest invloedrijke films in hun leven, en dat zie je ook aan hun werk. Neem bijvoorbeeld Scott. Voor zijn meest bekende film, Alien (1979) dus, haalde hij duidelijk de mosterd bij Nyby. Ellen Ripley, die in de film met een bewegingssensor rondhost, brengt zo overduidelijk een hommage aan deze film, waar de wetenschappers met geigertellers achter 'the thing' aangaan.


Kurt Russell in 'The thing' van John Carpenter, de bekende remake.
Kurt Russell in 'The thing' van John Carpenter, de bekende remake.

Carpenter ging nog een stapje verder en kwam in 1982 met een volledige remake. Met de nieuwste special effects-technieken trok hij alle registers open om de oorspronkelijke novelle alle eer aan te doen. Tentakels, rondlopende hoofden, extravagante ruimteschepen – deze versie heeft het allemaal. Wat dan weer niet gezegd kan worden van de gelijknamige prequel die de Nederlander Matthijs van Heijningen Jr. in 2011 afleverde Mary Elizabeth Winstead en Joel Edgerton in de hoofdrollen, naast weliswaar een resem CGI-tentakels.


Het maakt de kouwelijke zwart-witklassieker uit 1951 niet minder de moeite. In tegenstelling tot de US Air Force en vliegende schotels kan je de verdiensten van The thing from another world niet ontkennen. De film creëert een wereld vol terreur waarin de gure sneeuw je oorverdovend om de oren slaat, waar vliegende schotels bestaan en een paniekaanval om elke hoek loert. Deze klassieker eindigt met de iconische oneliner ‘Keep watching the skies!’ Goede raad, lijkt ons.



'The thing from another world' (1951) is te vinden in het on demand-aanbod van Apple Tv en op archive.org. 'The thing' (1982) is onder meer te vinden op Amazon Prime Video.

 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.