• Hanne Schelstraete

Duisternis en transgressie in ‘The house’

In The house zoeken de Belgische stop-motionartiesten Emma De Swaef en Marc James Roels het snijpunt van het vertrouwde en het vreemde op, met behulp van een mysterieus huis en de verschillende eigenaardige inwoners die het over de jaren heen bewoonden.


Beeld uit 'The house'
Beeld uit 'The house'

In de 19e eeuw gaat een arme plattelandsfamilie in op een mysterieuze uitnodiging om te verhuizen naar een luxueus, maar haunted landgoed waarin de trappen zich steeds opnieuw verplaatsen. Zo’n anderhalve eeuw later wordt een selfmade muis die zijn pas gerenoveerde huis probeert te verkopen, tegengewerkt door een kever- en larvenplaag. En op een onbepaald moment in de toekomst ziet een kat hoe haar door mist omhulde hotel steeds verder verdwijnt onder de zeespiegel.


In The house, het nieuwe project dat De Swaef en Roels voor Netflix maakte, volgen deze drie relatief losstaande en apart te bekijken hoofdstukken elkaar op. Ze vinden plaats in hetzelfde huis, maar steeds op een ander moment in de tijd. Hoewel de eeuwen verstrijken, blijft het huis even bespookt. Om deze verhalen – die geschreven zijn door de Ierse toneelschrijfster Enda Walsh – tot leven te brengen, lieten De Swaef en Roels zich bijstaan door een internationaal team van animatoren.


Beeld uit 'The house'
Beeld uit 'The house'

Al een decennium lang maakt het koppel stopmotionfilms met vilten popjes, die ze frame per frame bewegen in gedetailleerde maquettes. Drie seconden film betekenen één dag werk. Bij het grote publiek staat het Belgische duo bekend voor het stressmannetje uit een reclamecampagne van De Lijn, maar hun artistieke vakmanschap reikt uiteraard verder – kijk maar naar hun gelauwerde kortfilms Oh Willy… (2012) en Ce magnifique gâteau (2018). Ze werken steeds compromisloos, met een grote aandacht voor het kleine. Voor weerspiegelingen in de kraaloogjes van hun poppen, voor de wallen onder hun ogen of de blosjes op hun wangen.


The house bewijst dat animatie-gebaseerde filmvormen zich niet hoeven te beperken tot zeemzoete sprookjes.

Met hun eerste langspeler, The house, bewijst het creatieve team dat animatie-gebaseerde filmvormen zich niet hoeven te beperken tot zeemzoete sprookjes. Zo past de film in het rijtje met Jérémy Clapins J’ai perdu mon corps (2019), waarin een afgesneden hand zichzelf een weg baant doorheen de stad, en het bekroonde Waltz with Bashir (2008), waarin Ari Folman het conflict tussen Israël en Palestina verbeeldt. In deze animatiefilms is de kijker zich meer bewust van hoe iets in beeld wordt gebracht dan bij een doorsnee live-actionfilm, die de werkelijkheid doorgaans op een fotografische en schijnbaar onbemiddelde manier representeert. Hierdoor kunnen De Swaef en Roels tonen wat te bizar, gruwelijk of visceraal is. Hoe liefdevolle ouders veranderen in barokke zetels of mensgrote larven zich een weg peuzelen doorheen een nieuwbouw. In een live-actionfilm zouden zulke beelden al snel komisch aanvoelen, maar in The house dienen ze als een bron duisternis en griezel.


De drijvende kracht achter de drie verhalen is de constante, onvoorspelbare transgressie – een van de klassieke thema’s van het horrorgenre. De personages balanceren steeds op de dunne grens tussen het schone en het afstotelijke, het vertrouwde en het vreemde. Tussen het lichamelijke, dierlijke en het materiële. Stop-motionanimatie van poppen is, zo blijkt, daarvoor het uitgelezen medium. De vilten, naar mensen gemodelleerde poppen roepen wel herkenning op maar zijn toch steeds net iets anders. Ze lijken een lichaam te hebben maar zijn uiteindelijk niet meer dan een object. Die ervaring is unheimlich, in de letterlijke zin van het woord: het gevoel niet-thuis-te-zijn… in dat ene steeds terugkerende huis, Het Huis.



The house is nu in drie delen via Netflix te bekijken.

 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.