• Hanne Schelstraete

De bedrieglijke lach van ‘Nanook of the North’

Bijgewerkt op: 21 jun.

In Nanook of the North toont Robert Flaherty het authentieke leven in het hoge Noorden anno 1922 — of dat is toch wat hij zijn kijker wil doen geloven. De eerste documentaire uit de filmgeschiedenis balanceert immers tussen feit en fictie.


Beeld uit 'Nanook of the North'
Beeld uit 'Nanook of the North'

Hoewel de allereerste stille filmpjes van de broers Lumière al een sterk documentair karakter hadden, was het wachten tot 1922 voor de eerste langspeeldocumentaire. De Amerikaanse regisseur Robert Flaherty legde toen met Nanook of the North de grondvesten voor de traditie van de documentaire cinema. Hij toonde dat film excelleert in het waarheidsgetrouw vastleggen van de werkelijkheid, al hield dat Flaherty niet tegen om de realiteit hier en daar een handje te helpen. 

 


Het gewicht van de tijd


In de zomer van 1920 trekt Flaherty naar de Hudsonbaai in het noorden van Canada om er het leven van een Inuit-gezin vast te leggen. Enkele jaren eerder deed hij al een poging, maar hij was niet tevreden met het resultaat (en liet een brandende sigaret vallen op een van de negatieven). Tweede keer goeie keer!


Een jaar lang volgde Flaherty het gezin van Nanook — een exotiserende naam die hij verzon voor een Inuk die in feite Allakariallak heette. 

 

Een jaar lang volgde Flaherty het gezin van Nanook — een exotiserende naam die hij verzon voor een Inuk die in feite Allakariallak heette. Hij brengt in beeld hoe Nanook blokken ijs uit de grond snijdt, vakkundig een iglo bouwt en zich daarna binnen opwarm. Met veel geduld filmt hij hoe Nanook vanop honderd meter afstand met een harpoen een walrus vangt. De Franse filmcriticus en cineast Eric Rohmer prees deze scène, omdat ze het temporele karakter van cinema voelbaar maakt. Wanneer we samen met Nanook wachten op het juiste moment om toe te slaan, geeft Flaherty 'de tijd haar gewicht’.

 

De dieren die Nanook vangt, stroopt hij met de blote hand. Hun vel verkoopt hij aan een Franse zakenman die hem introduceert tot grootse vernieuwingen uit het westen, zoals een grammofoon. Met een schaapachtige lach op zijn gezicht luistert Nanook ernaar en bijt hij in een van de platen.

 


‘Een moedige, simpele eskimo’


Die lach is echter bedrieglijk. Hoewel Flaherty pretendeert het ware leven in het verre Noorden vast te leggen (het vervolg van de titel luidt A Story of Life and Death in the Actual Artic), creëert hij een illusie, die bij momenten exotiserend en racistisch van aard is. Hij portretteert Nanook als de ‘goede wilde’. In de introductietekst schrijft hij, zich van geen kwaad bewust, dat zijn film het verhaal vertelt van ‘the kindly, brave, simple Eskimo’.


Flaherty toont het leven van de Inuk niet zoals het werkelijk is, maar zoals het bestaat in de westerse verbeelding.

 

Flaherty toont het leven van de Inuk niet zoals het werkelijk is, maar zoals het bestaat in de westerse verbeelding. Nanook — of beter: Allakariallak — woont immers niet in een iglo, maar in een huis. Hij weet maar al te goed wat een grammofoonplaat is, jaagt niet met een harpoen maar met een pistool en draagt geen pak van dierenwol en -leer. Kortom: Flaherty doet er alles aan opdat zijn portret overeenkomt met het beeld dat de gemiddelde westerling heeft van het tot de verbeelding sprekende Noorden en haar goedlachse ‘Eskimo’s’, hoewel dat beeld niet overeenkomt met de realiteit.

 

Toch is Nanook of the North meer dan een problematisch amalgaam van vooroordelen. Als eerste langspeeldocumentaire is ze een belangrijke schakel in de geschiedenis van de (documentaire) cinema. In Flaherty’s vermenging van feit en fictie wordt niet alleen zijn westerse blik zichtbaar, maar ook het DNA van de documentaire cinema: feit en fictie kunnen gewoonweg niet zonder elkaar.



‘Nanook of the North’ is te bekijken via Mubi.

 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.