• Dieter Vanden Bossche

Dit waren de tien allerbeste films van Film Fest Gent

Bijgewerkt op: nov 3

Het doek is gevallen over de 48e editie van het Film Fest Gent. Deze tien films sprongen er volgens Dieter Vanden Bossche uit.


Beeld uit 'Un monde'
Beeld uit 'Un monde'

1. ‘Un monde’ (regie: Laura Wandel)


De Brusselse Laura Windel focust op een zevenjarig meisje dat haar eerste stappen zet op de lagere school, en het niet kan verkroppen dat haar grotere broer het slachtoffer wordt van pestgedrag.

De even kwetsbare als prangende film wordt nagenoeg volledig verteld vanuit het standpunt van het kind, dat voor een dwingende keuze komt te staan. De camera blijft quasi voortdurend op dezelfde ooghoogte en alles wat niet binnen de directe omgeving van het meisje gebeurt, wordt bewust wazig in beeld gebracht.

De radicale, onopgesmukte stijl van de 36-jarige cineaste wordt hier en daar vergeleken met het sociaal realisme van de gebroeders Dardenne. Un monde, dat op het filmfestival van Cannes deel uitmaakte van de nevensectie Un Certain Regard en er bekroond werd met de FIPRESCI-prijs, openbaart een nieuw vaderlands natuurtalent dat getuigt van veel persoonlijkheid.



2. ‘Spencer’ (regie: Pablo Larraín)


Superstijlvol historisch drama van Pablo Larraín, dat mijlenver verwijderd blijft van de platgetreden paden van de traditionele biopic en deze met brio overstijgt. Kristen Stewart – die nu al getipt wordt voor de Oscars en zich zonder enige moeite de lichaamstaal van Lady Di weet eigen te maken – geeft een weergaloze interpretatie van een door twijfels verscheurde prinses, op het moment dat ze een mentale crisis doormaakt, haar huwelijk met de Britse kroonprins op springen staat en zich bovendien moet wapenen tegen allerhande geruchten die de ronde doen.

De Chileense regisseur ontwijkt iedere vorm van goedkope sensatie en concentreert zich volledig op drie beslissende dagen uit Diana’s turbulente leven. In de meest fabelachtige scènes van de voortreffelijk opgebouwde film krijgt Spencer welhaast de allures van een Griekse tragedie aangemeten. De overbodige finale is een klein schoonheidsfoutje dat we graag met de mantel der liefde bedekken.



3. ‘Benediction’ (regie: Terence Davies)


Terence Davies doet zijn reputatie als meest unieke stem van de Britse cinema opnieuw alle eer aan met dit puntgaaf biografisch drama, dat op onnavolgbare wijze de levenswandel van Siegfried Sassoon uit de doeken doet – een homoseksuele dichter die gebukt gaat onder zijn traumatische ervaringen aan het front, zich ophoudt bij de Londense high society en in het reine probeert te komen met zijn diepste natuur.

De manier waarop de regisseur van Distant voices, Still lives en The deep blue sea de verzen van Sassoon in het verhaal integreert en dit naadloos verweeft met nieuwsbeelden, leidt tot een aantal verbluffende scènes, die je met stille bewondering gadeslaat.



4. ‘Vortex’ (regie: Gaspar Noé)


​​De Frans-Argentijnse relschopper Gaspar Noé (Seul contre tous, Irréversible) laat de pompende beats en wilde uitspattingen van Climax ver achter zich en komt tot inkeer met deze aangrijpende karakterstudie, waarvan de toon opvallend mild is. Ontdaan van alle franjes, brengt hij de laatste levensfase in beeld van een hoogbejaard koppel, dat ondanks het leed dat hen te beurt valt hun waardigheid probeert te bewaren.

De oudjes worden prachtig neergezet door de Italiaanse cineast Dario Argento en de Franse actrice Françoise Lebrun. Noé maakt in zijn ontroerende film voortdurend gebruik van split screen, om met deze techniek duidelijk te maken hoezeer de door dementie getroffen vrouw en haar bezorgde echtgenoot uit elkaar zijn gegroeid.



5. ‘Madres paralelas’ (regie: Pedro Almodóvar)


Een ravissante Penélope Cruz vertolkt een professionele fotografe die ongewenst zwanger raakt. Op de kraamafdeling ontwikkelt ze een hechte vriendschap met een tienermeisje dat er alleen voor staat – maar hun band wordt op de proef gesteld.

Madres paralelas sluit nauw aan bij Almodóvars liefdevolle vrouwenportretten zoals Todo sobre mi madre en Volver. Het is een teder en perfect gedoseerd melodrama over de vreugde en pijn van het moederschap, waarin de Madrileense maestro de emotionele verwikkelingen tot grote kunst verheft.



6. ‘A Chiara’ (regie: Jonas Carpignano)


A Chiara ligt sterk in het verlengde van A Ciambra (2017), de vorige film van Jonas Carpignano, waarin de regisseur de handelingen van een zigeunerjongen in kaart bracht die door een gebrek aan kansen in een doodlopend straatje van criminaliteit verzeild raakte.

Ditmaal is een vijftienjarig meisje (ontwapenend neergezet door Swamy Rotolo) uit het kustplaatsje Gioia Tauro spilfiguur van het verhaal. We zien hoe de wereld van de tiener in elkaar stort wanneer blijkt dat haar vader een dubbelleven leidt en nauwe banden onderhoudt met de maffia.

Met veel inlevingsvermogen en authenticiteit registreert de camera van Tim Curtin het doen en laten van het meisje, zonder dat een déjà vu-gevoel ons overvalt. Carpignano neemt eerst uitgebreid de tijd om de verhoudingen tussen de personages te verbeelden, om de film daarna op scherp te stellen.



7. ‘Where is Anne Frank’ (regie: Ari Folman)


Ari Folman (Waltz with Bashir) geeft een eigen invulling aan het alom bekende verhaal van Anne Frank. De film volgt de queeste van Kitty, het denkbeeldige vriendinnetje van Anne, tot wie ze haar dagboek richt en laat flashbacks van in het Achterhuis contrasteren met het Amsterdam van vandaag.

De Israëlische regisseur experimenteert met verschillende stijlen om de twee tijdsperiodes met elkaar te verbinden en gaat de hete hangijzers niet uit de weg. Een triomf van animatiekunst, die de horror van de Holocaust bespreekbaar maakt voor een jong publiek.



8. ‘C’mon C’mon’ (regie: Mike Mills)


Joaquin Phoenix vertolkt in C’mon C’mon een zachtaardige radiojournalist die zijn thuisland doorkruist om kinderen te bevragen over hun ervaringen en te peilen naar hoe ze de toekomst tegemoet zien. Er ontstaat een unieke band tussen de verslaggever en zijn hyperactieve neefje (Woody Norman) dat – op verzoek van zijn zus – onder z’n vleugels genomen wordt. De plot dient als kapstok voor een doodeerlijke film over de voor- en tegenspoed van het leven, die tevens een grotere rijkdom verbergt dan op het eerste zicht lijkt.



9. ‘Faya dayi’ (regie: Jessica Beshir)


Met haar bezwerend langspeelfilmdebuut keert Jessica Beshir terug naar haar roots. Gedurende twee uur verkent ze het landelijke Ethiopië, waar een verdovend middel in opmars is.

Het in bedwelmend zwart-wit geschoten Faya dayi zou zijn ontwikkeld zonder vooropgezet plan, maar kan toch steunen op een duidelijke structuur. Het is een moeilijk te doorgronden film die tegen alle heersende trends ingaat en waarvan de poëtische beelden een sterke symbolische weerklank krijgen.



10. ‘Lingui’ (regie: Mahamat-Saleh Haroun)


Aan de sterke lichting van Belgische cinema die op het Film Fest Gent vertegenwoordigd is, mag deze gedeeltelijk in ons land gedraaide kleine revelatie uit het Plus-parcours worden toegevoegd.

In alle bescheidenheid en zonder een oordeel te vellen schetst de geprezen Tsjaadse filmmaker Mahamat Saleh-Haroun (Un homme qui crie) het portret van een alleenstaande moeder, die voor een groot dilemma komt te staan als ze ontdekt dat haar vijftienjarige dochter zwanger is. In een land waar abortus niet wordt getolereerd en bij wet verboden is, lijkt een uitweg schier onmogelijk en dreigt het meisje te worden verstoten uit de maatschappij.


Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.