• Johannes De Breuker

Slow cinema vermomd als een indiekomedie

Bijgewerkt op: nov 15

James Vaughans Friends and strangers is enerzijds een richtingloze afstudeerfilm over verwende millennials, anderzijds een visuele ode aan lummelen. Samen maakt dat een droogkomisch en dubbelzinnig portret over navelstaarderige Australiërs.


Alice (Emma Diaz) in 'Friends and strangers'
Alice (Emma Diaz) in 'Friends and strangers'

‘Kunnen we het wat rustiger aan doen’, vraagt Ray (Fergus Wilson) als Alice (Emma Diaz) tijdens hun kampeertrip plots avances lijkt te maken. ‘Misschien kunnen we nog wat chillen in plaats van meteen te hard van stapel te lopen?’ Geschrokken reageert Rays compagnon de route. ‘Wat kunnen we beter rustig aan doen? Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik hier doe.’ De quasi ontspannen sfeer waarin het tweetal net nog vertoefde, liggend in een tent vlak bij een monument over Australië’s koloniale verleden, slaat prompt om in ongemak.


Hoe banaal deze scène uit Friends and strangers (2021) ook lijkt, het is een belangrijk kantelpunt in Vaughans opmerkelijke debuut. Enerzijds omdat de bewuste scène voorafgegaan wordt door twintig minuten waarin de film haast stilvalt door een gebrek aan actie – Ray en Alice lummelen enkel wat in Sydney, zonder een luttele centimeter naar elkaar toe groeien. Hierdoor voelt de opmerking ‘rustiger aan doen’ bijna hilarisch en valt hun romantisch opflakkering als een frisse zomerbui uit de lucht. Anderzijds omdat Vaughan zo zijn eerste vignette afsluit, dat meteen de blauwdruk vormt voor al de andere: Ray moddert aan, praat met mensen en zorgt door z’n semi-ironische houding voor onwennigheid. Is hij serieus of niet? Is dat een diepzinnige uitspraak of net bullshit? Verwarring is het enige leidende principe in zowel Rays leven als in Vaughans film.


Ray (Fergus Wilson) in volle actie tijdens 'Friends and strangers'
Ray (Fergus Wilson) in volle actie tijdens 'Friends and strangers'

Slacker- of slow cinema?


Eigenlijk is Friends and strangers daarom een film die je wil haten. Het gaat over de luxeproblemen van een afstandelijke twintiger die nergens echt op zijn gemak is. Over een verwende etter die constant aan de vooravond lijkt te staan van iets bijzonders, maar zich niet zal haasten om dat te realiseren. Slackercinema dus, maar dan voor millennials. Of slow cinema, verkleed als een hippe indiekomedie. Toch trekt Vaughan zijn kijkers mee in Rays niet-avonturen en stappen zij stilaan mee in ‘s mans gezapige vertelritme. Je voelt je meer en meer als een toevallige passant die geanimeerd de gesprekken van enkele vreemden volgt over schijnbaar onbenullige dingen – maar die voor de gesprekspartners in kwestie van levensbelang lijken.


Is Friends and strangers slackercinema voor millennials? Of slow cinema, verkleed als een hippe indiekomedie?

De reden dat je toch meegaat in dat oppervlakkige en onbezonnen slackersfeertje, is dat dit op het eerste gezicht nogal zelfbewuste portret van millennials niet het typische lineaire coming of age-verhaaltje is over de zomer die iemands leven veranderde. Van een spanningsboog is er geen sprake en zelfs een evolutie lijkt Ray niet door te maken. Eerder is Friends and strangers een waaier van alledaagse, soms surrealistische situaties die samen meer vertellen dan apart. Het is een film die zijn betekenis haalt uit de dingen die niet gezegd worden, of uit de veelzeggende stiltes. Niet gek dat het koloniale verleden van Australië vaak de revue passeert. Wijzer word je er dan weer niet van.


Een snapshot van Sidney in 'Friends and strangers
Een snapshot van Sidney in 'Friends and strangers'

Tatiaanse twintiger


De filmmaker noemt zelf de Zuid-Koreaanse cineast Hong Sang-soo en Nouvelle Vague-icoon Eric Rohmer als zijn inspiratiebronnen. Niet toevallig twee cineasten die heerlijk babbelzieke films over zoekende artistieke zielen maken. Dat Friends and strangers’ protagonist een creatieve videograaf is, mag dan ook niet verbazen. En geheel in lijn met Sang-soo en Rohmers films valt ook dit debuut op door zijn intieme, minimalistische en budgetvriendelijke benadering van het grootstedelijke leven. Ook in Vaughans liefde voor lange shots en een uitgekiende mise-en-scène voel je de makers van Hahaha (2010) en Ma nuit chez Maud (1969). Want al voelt Friends and strangers soms als een richtingloze afstudeerfilm, die zonnige sfeer waarin deze baadt wordt knap gevangen in de ‘casual chique’ cinematografie van Dimitri Zaunders. Zijn beelden voelen nu weer spontaan en idyllisch aan, dan weer strak en koel maar altijd bevreemdend mooi – dankzij zijn strakke beeldkaders en brutalistische decors.


Vaughans film is een verzameling snapshots die de ‘bijennest van bezigheid’ vastlegt, gezien door de ogen van een tatiaanse twintiger

Maar ook de absurde Franse komedies van Jacques Tati – de onwennige komiek van Mon Oncle (1958) en Playtime (1967) – doemen regelmatig op. Zeker in Vaughans portrettering van het leven in de moderne metropool. ‘De stad is een levend wezen’, zegt Ray ergens in de openingsscène. En Vaughans film is eigenlijk een verzameling snapshots die deze ‘bijennest van bezigheid’ (dixit Ray) vastlegt, gezien door de ogen van een tatiaanse twintiger, die vastloopt in het gekmakende big city life en vaak zelfs even weifelend wandelt als Mr. Hulot in Playtime. Maar als Ray die ratrace aan het begin van de film wil ontvluchten door een kampeeruitje met Alice te ondernemen, is het net dat gebrek aan drukte en afleiding dat hem verlamt. Hij heeft het gezoem van de stad nodig om zijn eigen leegte te overstemmen.



Friends and strangers is nu op Mubi te bekijken.


Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.