• Fien Meynendonckx

Hoe ‘Minari’ een hardnekkig cliché nuanceert

Bijgewerkt op: jul 1

Familiedrama’s over Amerikaanse migranten zijn zelden puur gewijd aan de families zelf, maar draaien vaker om hun verhouding tot een vijandige buitenwereld. Regisseur Lee Isaac Chung breekt in het persoonlijke Minari met die traditie en toont dat de collectieve ervaring van ‘de’ migrant niet bestaat.


Still uit 'Luca'
Illustratie: Ellen Vanhoutte

Dat Nomadland dit jaar als beste film op de Oscars uit de bus kwam, was niet vanzelfsprekend. Minari was één van diens stevigste concurrenten. En terecht, want Lee Isaac Chungs portret van een Koreaans gezin dat begin jaren 1980 in Arkansas een nieuw leven probeert uit te bouwen, is niet alleen ontroerend, grappig en sfeervol. Het ontmijnt ook stereotiepe personages en cliché verhaallijnen.



Grensverleggend


Minari brengt het verhaal van de familie Yi. Vader Jacob verhuist zijn gezin – na hun immigratie uit Korea – van Californië naar Arkansas om daar Koreaanse groenten te kweken voor handelaars in Dallas. Die beslissing weegt zwaar op zijn huwelijk met Monica, die liever in Californië wilde blijven. Dicht bij haar kerkgemeenschap en vrienden, dicht bij ziekenhuizen voor hun zoontje David dat met een hartafwijking werd geboren. Bovendien had ze niet verwacht dat ze in een afgeleefde trailer op een desolate locatie zouden gaan wonen. “Dit is niet wat je beloofd had”, zegt ze. Als compromis nodigen ze Monica’s moeder Soon-ja uit, die rechtstreeks vanuit Korea bij hen intrekt.


Minari lijkt zo een redelijk generische plot te hebben: een vader die, verblind door de belofte van the American dream, zichzelf wil bewijzen, ten koste van zijn gezin. Maar Chung omzeilt de clichés. Dit is niet het verhaal van een mislukte Amerikaanse droom. Dit is een verbeelding van een zichzelf vernietigend huwelijk en het effect op de gezinsleden.


Zijn benadering is grensverleggend omdat zulke interne gezinsproblemen tot op vandaag een privilege zijn van witte verhalenvertellers. Er zijn genoeg films die gaan over de ontmanteling van een wit-Amerikaans gezin door de persoonlijke zinsbegoochelingen van de vader of moeder. Kijk maar naar Take shelter, Wildlife, Captain fantastic en The tree of life.


De verbeelding van interne gezinsproblemen zijn tot op vandaag een privilege van witte verhalenvertellers.

Films over immigranten tonen daarentegen meestal hun confrontatie met uitdagingen van buitenaf: de problemen om aanvaard te worden door een afkerige en racistische gemeenschap. Minari negeert die uitdagingen niet, maar plaatst ze aan de zijlijn en vermijdt zo het cliché. De belangrijkste uitdaging voor Jacob is niet de vijandigheid van zijn omgeving, maar het feit dat hij zich wil bewijzen ten opzichte van de gezinsleden die hij tegen hun zin heeft ontheemd. De uitdaging voor Monica is dat ze geen toekomst ziet in de dromen van haar man. Wanneer ze hem zegt dat ze haar vertrouwen in hem kwijt is, komt dat extra hard aan omdat de film net dat vertrouwen behandelt, binnen het gezin, los van de externe omstandigheden.


Still uit 'Luca'
Still uit 'Minari'

Unieke relaties


Door die focus op de interne problemen vermijdt de film het ook om clichématig ‘de onbuigzame Aziatische (groot)ouder’ of ‘de eerste-generatie-immigrant’ te tonen. Want die kennen we goed genoeg uit de films waarin bijvoorbeeld ‘tiger moms’ (die bovenmenselijk veel van hun kinderen verwachten) als nevenpersonage fungeren. Dat gebeurt in wit-Amerikaanse verhalen, maar ook – en nog steeds – in verhalen met Aziatische hoofdpersonages, zoals The joy luck club, The big sick en Crazy rich Asians.

Dat Minari die stereotiepen links laat liggen, komt omdat het gebaseerd is op de ervaringen van Chung, die ook het scenario schreef. Dat persoonlijke staat continu aan de voorgrond.


En zo’n persoonlijk verhaal vertalen naar een geslaagde film, dat kan alleen met acteurs die de absurde subtiliteiten van een specifiek gezin kunnen belichamen. De casting voor Minari is dan ook van topklasse. De ingetogen volharding van Jacob is Steven Yeun – bekend uit de zombie-successerie The walking dead en de Murakami-verfilming Burning – op het lijf geschreven. Yeri Han blinkt als zijn vrouw Monica dan weer uit in haar geloofwaardige mimiek en schippert tussen liefdevolle en kwade bezorgdheid, maar blijft altijd genuanceerd.


Maar het zijn toch vooral Alan S. Kim als de jonge David en de Koreaanse filmlegende Yuh-Jung Youn als Soon-ja die het scherm domineren. Die laatste won niet voor niets de Oscar voor beste bijrol voor haar onbetaalbare en aparte vertolking van de grootmoeder. De meest hartveroverende momenten in de film zijn hun interacties tijdens worstelwedstrijden op tv, of tijdens de nasleep van een vieze mop die David met haar uithaalt.


De meest hartveroverende momenten zijn voor de interacties tussen de jonge Alan S. Kim en de Koreaanse filmlegende Yuh-Jung Youn.

Wat Minari bovendien kenmerkt, is dat elk van de familieleden ongeveer evenveel aandacht krijgt – met misschien een uitzondering voor dochter Anne (Noel Cho). De meeste films focussen op één centrale verhouding en de bijhorende uitdagingen, en houden de relaties daarnaast oppervlakkig. Maar Chung weet dat elk gezin bestaat uit een heel aantal unieke interacties zoals die tussen de echtgenoten, maar ook de vader-zoonrelatie, de moeder-zoonrelatie, de moeder-dochterrelatie, de broer-zusrelatie. Iedereen heeft met iedereen een specifieke band, die wordt uitgewerkt in sprekende, realistische scènes – die opnieuw te danken zijn aan Chungs persoonlijke connectie met het scenario.



Portret vs. drama


Dankzij de charmante vertolkingen en de meanderende opeenvolging van scènes is Minari eerder een familieportret dan een familiedrama. Niet omdat er geen dramatische dingen gebeuren – want dat is zeker wél zo – maar omdat die gebeurtenissen in de kantlijn staan van de geloofwaardige relaties.


De concrete details onderscheiden Minari van gelijkaardige films. En dat uit zich ook in de soundtrack. De natuurlijke omgevingsgeluiden zijn non-stop en opvallend aanwezig: krekels, wind, onweer. De combinatie met tastbare verlichting en intieme beeldvorming, maakt dat je de plakkerige warmte van een zomer in Arkansas voelt, en de onderlinge relaties gelooft.


Dat de onderliggende metafoor – over de Koreaanse plant minari die overal groeit – een beetje te aanwezig is (hij zit in de titel), is een minieme kritiek op een prachtige en hartverwarmende film. Een film die met een hele simpele premisse – het uitbeelden van een klein, persoonlijk verhaal – een revolutie kan betekenen voor storytelling over migranten en Aziatisch-Amerikaanse personages.



Minari speelt vanaf vandaag in de bioscoop. Illustratie door Ellen Vanhoutte.


Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.