• Hanne Schelstraete

De liefdevolle blik van iconisch filmauteur Agnès Varda

Bijgewerkt op: 17 mei

De Franse Agnès Varda geeft met haar documentaires en fictiefilms een stem aan ‘de stille meerderheid’. Ze neemt steeds een open houding aan en brengt met veel empathie verhalen die anders onverteld blijven. Kijk maar naar Cléo de 5 à 7, Daguerréotypes en Black Panthers.


Agnes Varda in 'Black Panthers'
Agnes Varda in 'Black Panthers'

Ze was de moeder van de Franse modernistische cinema, tijd- en zielsgenote van Simone de Beauvoir en het klankbord van minderheidsgroepen uit het naoorlogse Frankrijk. Ze was een feminist, een humanist en een stilist. De cinema van Agnès Varda laat zich niet in één woord vatten. Gedurende een carrière van bijna zeventig jaar maakte ze documentaires, fictiefilms en essayfilms. Doelbewust zoekt ze grenzen op om die te doorbreken en normen om die te ondermijnen.



Een geëngageerd auteur


Tijdens haar lange carrière ontpopte de in België geboren regisseuse zich tot een auteur engagée. De Franse term “auteur” werd in de jaren 1950 gelanceerd in de Franse filmkritiek om regisseurs aan te duiden die films maakten waarin hun wereldbeeld en artistieke vingerafdruk duidelijk zichtbaar was. Ze werd lange tijd slechts toegekend aan mannelijke regisseurs als Alfred Hitchcock, Howard Hawks of Jean-Luc Godard. Het kostte Varda veel moeite om die titel als vrouw te verwerven en vervolgens zette ze die eigenzinnig naar haar hand.


Het kostte Varda veel moeite om de auteurstitel als vrouw te verwerven. Vervolgens zette ze die eigenzinnig naar haar hand.

Auteurschap staat in haar cinema niet voor artistieke navelstaarderij, maar voor een geëngageerde houding. Varda’s cinema straalt warmte en empathie uit. Met een liefdevolle blik kijkt ze naar de mensen die haar pad kruisen. Als auteur engagée strijdt ze tegen de reductie van vrouwen tot een (lust)object (Cléo de 5 à 7), tegen racisme (Black Panthers) en tegen structurele armoede (Les Glaneurs et la glaneuse). Ze toont lichamen die niet conformeren met de norm en tot voordien amper in de kunst verschenen: het zwangere lichaam (L’Opéra-Mouffe), het verouderende lichaam (Jacquot de Nantes) of het vrouwelijke lichaam (Jane B. par Agnès V.).


Vandaag lijkt zo’n pleidooi misschien vanzelfsprekend – en laten we eerlijk zijn, dat is het uiteindelijk nog steeds niet – maar in haar tijd was het baanbrekend. Varda richt haar camera op zij die onder het oppervlak verdwijnen.



Kijken en bekeken worden


Bij het grote publiek is Varda voornamelijk bekend voor Cléo de 5 à 7 (1962), een fictiefilm over een jonge zangeres die vreest dat ze kanker heeft en het resultaat van een medische test afwacht. De film speelt zich bijna volledig af in real time. Het is vijf uur en Cléo moet wachten tot zeven uur. De kijker wacht samen met haar tot de twee uren verstreken zijn en voelt hoe tergend traag de tijd kan gaan wanneer je op haar let.


Varda richt haar camera steevast op zij die onder het oppervlak verdwijnen.

Toch is Cléo de 5 à 7 meer dan een viering van zogenoemde ‘temps morts’. Het wachten brengt immers een ommekeer te weeg in Cléo’s zelfbeeld. In het eerste deel van de film ziet ze zichzelf zoals anderen haar zien. Ze kijkt in spiegels en etalageramen om zichzelf door de ogen van een ander te bekijken. Cléo heeft het statuut geïnternaliseerd dat aan vrouwen vaak wordt toegekend: ze is niet meer dan een lustobject dat bekeken kan worden. Na een prachtige zangscène – een keerpunt in haar ontwikkeling – bevrijdt ze zich van dat statuut. Als subject kijkt ze nu zelf naar de wereld rondom haar.


Beeld uit 'Cléo de 5 à 7'
Beeld uit 'Cléo de 5 à 7'

De stille meerderheid


Hoewel Varda duidelijk feministische idealen nastreeft, is haar sociale project breder. In Daguerréotypes (1975), haar eerste langspeeldocumentaire, richt ze haar lens op de winkeliers uit haar eigen straat, de Rue Daguerre. Ze filmt hoe de bakker brood kneedt, de slager vlees fileert en de kapper zorgvuldig krulspelden indraait. Met veel geduld filmt ze het repetitieve ritme van hun handelingen en toont dat ook in het alledaagse schoonheid te vinden is.


Met veel geduld filmt toont Varda in Daguerréotypes dat ook in het alledaagse schoonheid te vinden is.

In een interview aan het Franse tijdschrift Cinéma vertelt Varda dat ze met Daguerréotypes ‘de stille meerderheid’ een stem wilde geven. Haar buren blijven onzichtbaar in het publieke debat omdat ze simpelweg geen tijd hebben voor politiek. Ze hebben hun handen vol met leven en overleven. Varda, die steeds nadacht over de morele dimensie van haar cinema, geeft hen een platform. Ze stelt hen niet voor, maar laat hen zichzelf voorstellen. Terwijl ze recht in de camera kijken, vertellen ze waar ze vandaan komen, hoe ze hun partner ontmoetten en waar ze ’s nachts van dromen.


Beeld uit 'Daguerréotypes'
Beeld uit 'Daguerréotypes'

Onvermijdelijk een buitenstaander


Dat recht op zelf-representatie is ook de drijvende kracht achter Black Panthers, een korte documentaire die ze in de zomer van 1968 maakte in California, waar ze op dat moment verbleef. Ze legt de protesten van de Black Panther Party vast: een politieke beweging die strijd voor de rechten van zwarte Amerikanen.


Varda is er zich van bewust dat ze als witte vrouw onvermijdelijk een buitenstaander is en zoekt een moreel evenwicht. Enerzijds benadrukt ze dat de film een subjectieve representatie is: de voice-over en de bewegende beelden van de hand held-camera onthullen haar positie als regisseuse. Anderzijds grijpt ze nauwelijks in en geeft ze de Black Panthers de ruimte om zichzelf te presenteren zoals ze dat zelf willen. Dat recht op autonomie is immers een van hun streefdoelen – een doel dat Varda een warm hart toe draagt.



Bekijk Agnes Varda’s Cléo de 5 à 7, Daguerréotypes en Black Panthers nu via Mubi. Ontdek hier waarom Varda een credit verdient voor Nomadland, die in 2021 de Oscar voor beste film won.

 

Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.