• Jimmy Van der Velde

Barry Jenkins heeft meer dan genoeg aan één blik

Bijgewerkt op: jul 6

Geen enkel shot evenaart de magnetische kracht van een close-up. Vraag maar aan Barry Jenkins. De Amerikaanse filmmaker kroonde zich met Moonlight en If Beale Street could talk tot de moderne koning van de close-up. Met het tiendelige The underground railroad gaat hij zelfs nog een stapje verder.


Barry Jenkins op de set van 'The underground railroad'
Barry Jenkins op de set van 'The underground railroad'

 ‘Ik ben jaloers op je close-ups’, vertrouwde There will be blood-regisseur Paul Thomas Anderson in 2018 toe aan Barry Jenkins tijdens een gesprek tussen de twee. ‘Hoe doet hij dat toch, vraag ik me altijd af’, klonk het. Een opmerking die Jenkins onmiddellijk de zevende hemel in katapulteerde. Je krijgt als filmmaker niet elke dag complimenten van een van de allergrootsten. Anderson heeft overigens een punt: Jenkins bezit een onevenaarbaar oog voor close-ups. 



Empathisch kijken


Dat bewees hij in 2016 al met zijn Oscarwinnaar Moonlight, een gevoelig en poëtisch portret van een opgroeiende zwarte Amerikaanse jongen die worstelt met zijn identiteit en seksualiteit. De beelden die je blijven achtervolgen, zijn die waarin de camera geduldig en gefocust de gezichten van acteurs Trevante Rhodes, Ashton Sanders, Alex R. Hibbert en Naomie Harris registreert terwijl ze recht in de camera kijken. Via de lengte van het shot, de nuance in de expressie van de acteur en de plaats van het shot binnen de context van de film en de emotionele leefwereld van het personage, tilt Jenkins de close-up naar een hoger niveau. Hij wil je niet zomaar laten kijken naar de gezichten van deze personages, maar hij wil dat je hen leest, dat je proeft van wat er in hen omgaat, dat je kijkt naar wat er zich achter die blik afspeelt en dat je empathie voelt voor hen. 


Jenkins wil je niet zomaar laten kijken naar de gezichten van deze personages, maar hij wil dat je hen leest. 

In If Beale Street could talk uit 2018 gaat hij op een gelijkaardige manier te werk. Zijn adaptatie van de roman van James Baldwin is een teder liefdesrelaas waarin een valse beschuldiging en discriminatie twee jonge mensen – Fonny (Stephan James) en Tish (KiKi Layne) – uit elkaar rukt, waardoor Fonny achter de tralies belandt. Net als Moonlight is Beale Street doorspekt met shots waarin de hoofdpersonages langdurig de camera inkijken. Ze illustreren de passie, het verlangen en de verliefdheid, maar ook de jonge naïviteit, de hoop en de warmte waarmee Fonny en Tish naar elkaar kijken en naar elkaar verlangen. Ze confronteren je met de hartstocht waarmee deze twee zielen tegenover elkaar staan. Met wat ze op een specifiek moment voelen en denken. 


Still uit 'Moonlight'
Still uit 'Moonlight'

De geschiedenis in


Zijn oog voor tedere, intieme close-ups die je gevoel voor empathie aan het werk zetten, paste hij ook toe voor zijn recentste project: een verfilming van Colson Whiteheads Pulitzer-winnaar The underground railroad. De tiendelige reeks brengt het fictieve verhaal van Cora, een jonge zwarte slaaf in de 19e eeuw, die wegloopt van de plantage waar ze onder onmenselijke omstandigheden werkt. Via een ondergronds treinnetwerk waagt de jonge vrouw zich aan een heuse odyssee door de zuidelijke staten van de VS.  


Het boek uit 2016 snakte naar een humanistische, empathische verfilming door een maker die zich verbonden voelt met het materiaal. Jenkins bleek de geschikte man. Niet alleen door zijn identiteit als zwarte Amerikaan, maar ook dankzij zijn oog voor menselijkheid. Whitehead stond erop dat The underground railroad niet de zoveelste horrorvertelling zou worden over de Amerikaanse slavernij – met pijn en lijden als centrale elementen. Daar moesten de tederheid en het medeleven die eigen zijn aan Jenkins’ werk voor zorgen. 


De close-up dient in Jenkins werk als een instrument om je te confronteren met de geesten van die periode. 

In The underground railroad passeren de kenmerkende close-ups van de regisseur ook de revue. Deze keer hebben ze echter een nog meer genuanceerd nut dan je de innerlijke wereld van Cora en haar lotgenoten te doen beleven. Het is namelijk ook zijn bedoeling om je het verleden te doen voelen. Om je de geschiedenis in te trappen naar een tijdperk waarin een bevolking systematisch werd gekweld, uitgemoord en ontdaan van haar menselijkheid. Door je recht in de ogen van Cora te laten kijken – fenomenaal vertolkt door nieuwkomer Thuso Mbedu – en andere slachtoffers van de gruwel uit de reeks, laat Jenkins je niet alleen turen in de ziel van een fictief personage. Hij plaatst je oog in oog met elke verloren ziel uit het verleden die je kan toedichten aan de slavernij. 

 

De close-up dient in dit werk als een instrument om je te confronteren met de geesten van die periode. Met de rusteloze zielen die in de 19e eeuw in het zuiden van de VS brutaal van de aardbodem werden weggeplukt. Jenkins gaat daarin zo ver dat hij er niet uitsluitend close-ups voor gebruikt. Soms pauzeert hij het verhaal om met zijn camera langs slaven te glijden die in de lens kijken terwijl ze zich in een katoenveld bevinden. Alsof je de geschiedenis recht in de ogen kijkt. Alsof je verloren menselijkheid in de ogen kijkt. Alsof het shot je als toeschouwer dwingt om te reflecteren over al het verspilde bloed.


Still uit 'If Beale Street could talk'
Still uit 'If Beale Street could talk'

In ere hersteld


Dat is confronterend. Maar de camera die gezichten en mensen ten volle in zich opneemt, heeft ook iets moois. Jenkins wil je niet enkel met de neus op de feiten drukken en je empathie aanzwengelen. Hij wil ook iets teruggeven aan het verleden via zijn werk. Met zijn beeldtaal geeft hij de stilte van de slachtoffers van slavernij de ruimte om gehoord te worden. We moeten kijken, we hebben geen keuze. Ze moeten gezien worden. Niet op een manier die je blik agressief stuurt, maar op een delicate en vastberaden manier die overloopt van humanisme.


Via het verhaal van Cora en alle andere slaven in deze reeks wordt iedereen die opgeslokt werd door de tijd weer even in ere hersteld als individu. Het laat ons zien tot welke mooie dingen dat kan leiden, wanneer je mensen, slachtoffers, in ere herstelt en hen de kans biedt om weer even mens te zijn. Om gezien te worden. Weten dat velen die mogelijkheid toen niet hadden, dat doet pijn. Maar met de verhalen die we nu vertellen en de vertellers die de verhalen leven inblazen, hebben we wel de kans om iets terug te geven aan het verleden. Jenkins weet dat. 


De close-up is voor Jenkins een doeltreffend wapen om barrières tussen kijkers en personages volledig weg te blazen.

Tussen de opnames van de miniserie nam hij de tijd om zijn acteurs en figuranten te filmen terwijl ze als een standbeeld stilstonden in de prachtige landschappen, hun blik gericht naar de camera. Die shots verweefde hij in elke aflevering, maar hij monteerde er ook een 50 minuten durende audiovisuele ervaring van, The Gaze. Een mooie anekdote, maar vooral een werk dat meer dan ooit duidelijk maakt hoe Jenkins je blik, je empathisch vermogen en je moreel kompas stuurt. 


De close-up en de camera van James Laxton zijn voor Jenkins een doeltreffend wapen om barrières tussen kijkers en personages volledig weg te blazen. Een blik is vaak het enige dat hij nodig heeft om je als toeschouwer in iemands leven te trekken. Een leven waar je misschien zelfs geen voeling mee hebt. Dat talent maakt Barry Jenkins, meer dan wie ook, tot een modern filmmeester.


Moonlight is via Amazon Prime Video te bekijken. If Beale Street could talk is via o.a., Google Play en Youtube te zien. Beide films zijn bij verschillende bibliotheken te ontlenen. The underground railroad vind je op Amazon Prime Video.



Genoten van dit artikel? Neem een jaarabonnement op Humbug en ontvang elk kwartaal een oogstrelend magazine in je bus. Zo maak je meteen ook onafhankelijke filmjournalistiek mogelijk.